Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: Mink Out

Druilerig thuisblijfweer. 

Druilerig thuisblijfweer.      Minks wekelijkse column 8-9-2026

 

Dinsdagmiddag 13.00 uur. Heftig klokkengelui haalt mij wreed uit een droom waarin ik eigenlijk nog wel ff had willen blijven.

Dit klokkengelui stelde ik zelf in, omdat deze wektoon het langst duurt en een digitaal aangestuurde overdosis decibellen uitstoot.

Deze oude man loopt op een holletje naar het toilet en de rust keert weer.

Een vrije dag zonder verplichtingen. Ik duik nog ff terug, zet zachte muziek op en sla een Engelstalig boek open waaraan ik nooit had moeten beginnen.

Maar ja, volgens de digitale info zit ik op 83% en stoppen is mijn eer te na.

 

Tijgah is het niet eens met mijn verlengde rustperiode en heftig kopjes gevend probeert hij me het bed uit te duwen. Ff het nieuws en dan er uit. Weer een berg bommen op Oekraïne, het houdt niet op, dit keer een record aantal burgers dood. Die Poetin zal wel weer met veel smaak zijn eitje eten.

Wanneer ik mijn jaloezie omhoog trek, wil ik hem met een rotgang weer laten zakken. Het regent pijpenstelen, dat wordt geen motorrijden vandaag.

Tijgah z’n eten en de aquariumvissen hun ontdooide diepvriesklontje muggenlarven mix, heerlijk. Als eerste altijd Zoeneboenie de 2e (een zoenvis).

Zoeneboenie de 1e heb ik wat jaren geleden wegens gezondheidsredenen moeten euthanaseren, 1 slag van zijn machtige staart en weg was hij, of zij.

 

Gister voor het eerst in een maand het huis schoongemaakt, dus ik was vrij.

Maar om nou zonder urgente reden met dit weer naar buiten te gaan leek me onzin. M’n digitale koffieapparaat brengt troost, wat een leven heb ik.

In ’t kantoortje trek ik ook de jaloezie op, bij dit raam ook kloteweer.

Het badje loopt vol, beetje reukrotzooi er in, iets van Oceanrest, lekkah hoah.

Een ongekende rust daalt op me neer, is dit dan dat benijde pensioengevoel.

Crackertje met een eitjuh zonder doden op mijn naam, niet minder smaakvol.

 

Tis grijs buiten, het plenst nog steeds, onder mijn paraplu loop ik, grote plassen ontwijkend, richting de Dirk. Dat grondwaterpeil komt nu wel goed.

Vanuit het gure buiten lijkt het bij Dirk wel feest. Een oase van licht in een donkere wereld. De tegenstand aan een kwartet tompoezen verlies ik, maar dat compenseer ik met cola zero en slechts een hálf litertjuh volluh melluk.

Ik maak spruitjes en zo, het smaakt top en past perfect bij dit druilerig hondenweer. Morgen maar snel er uit, was wel weer ff zat thuisblijfweer zo.

Die regen? Goed voor de plantjes de dijken en het grondwater “natuurlijk”.

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

Ca. 1881-86 The Umbrellas. Pierre-Auguste Renoir.

Tot op grote hoogte. 

Tot op grote hoogte.  Minks wekelijkse column 2-8-2026

 

Als ik na zo’n 300 km op mijn motah “Black Beauty” gedwee de orders van Google maps heb opgevolgd en op mijn bestemming ben aangekomen sta ik paf, dit is toch geen Golden Tulip hotel?

Het zijn een soort van houten barakken met nog een etage erop. Ieder ‘appartementje’ heeft een eigen balkonnetje met een tuinsetje en zo.   

Ik vrees dat ik met deze gehorige structuur en mijn tegendraadse bioritme niet de rust zal vinden waar mijn geest en lichaam zo naar snakken.

BBQ’s walmen van druipend vet, flesjes bier klingelen in kratten en rokende moeders proberen naarstig hun krijsende kinderen het zwijgen op te leggen.

Wanneer ik mijn weg zoek houden kritische ogen me nauwlettend in de gaten.

Langs caravans, tenten en waslijnen vol drogende kleding loop ik naar een balie waarvan de receptioniste zo te zien ook dringend aan een vakantie toe is.

Ik toon mijn reservering, fout adres, “je moet verderop zijn”, zegt ze bits.

 

De ondergrondse garage verwelkomt me met open rolluik en een frisse, Poolse receptioniste, die zowaar Nederlands spreekt, heet me van harte welkom.

Met de lift omhoog, in mijn appartement is ruimte, een bad en een schuifpuien balkon. In de keuken een koffieapparaat en een koelkast met frisse drankjes.

Met een kop koffie plof ik op het balkon in een ligstoel neer, vogeltjes fluiten, dennenbomen torenen boven me uit. Op het balkon tegenover ijsbeert een vrouw die met veel bombarie door haar mobiel iemand probeert te overtuigen.

Helemaal boven is een mega penthouse met vergaderende types in T-shirts.

Beneden me zijn kinderen op een trampoline hun onderling hoogteverschil aan het compenseren tot ze er uitgestreden en hevig schaterend bij neervallen.

 

Als de schemering valt begint op de barakkencamping naast ons de bingo.

De quizmaster laat van zich horen, het is dolle pret, iedereen giert het uit.

Daarna is het line dancing geblazen, Dolly laat ook (nog) van zich horen.

Ik heb genoeg gehoord, ik sluit de schuifpui en voel me plots enorm thuis.

Voor ik het gordijn sluit zie ik een T-shirt type nog steeds de toetsen van zijn laptop geselen, staat wellicht op het punt zijn penthouse te verliezen of zo.  

Mijn blote platvoeten zwoegen me door het hoogpolig tapijt naar bed.

Het heeft zo’n dik matras waarin ik moeiteloos wegzak richting droomland.

Een droomland van allerlei clubjes, maar wel met wederzijds respect.

Een droomland bevolkt door barakbewoners, penthousepatsers, en kinderen die tot penthousehoogte kunnen stijgen, of maar liever niet, we zien het wel.   

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1887 Shadow decoration. Carles Courtney Curran.

 

 

Per ‘ongelukke’ mazzelpiemel.  

Per ‘ongelukke’ mazzelpiemel.  Minks wekelijkse column 26-8-26

Had er veel over gehoord en van de buurman de tip gekregen, daar moest ik heen als ik op vakantie naar Duitsland ging.

Het eiland Rügen ligt aan de Oostzee en heeft een fantastisch zandstrand dat wordt ‘bekabbeld’ door kristalhelder water.

Ook Adolf H. was dat niet ontgaan en hij liet er een 4,5 km lange vakantieflat bouwen om 20.000 arbeiders tegelijk van Reichswegen een vakantie te bieden.

Er heeft daar nooit een arbeider van een rustpauze kunnen genieten.

Voordat het zover was liet Adolf in Europa de pleuris uitbreken en moesten de arbeiders met spoed acte de présence geven in de oorlogsmachinerie.

Het megalomane gebouw scheen er nog steeds te staan, deels verpauperd en deels door handige investeerders omgetoverd tot appartementen en hotels.

Het leek me toch mieters om in zo’n hotel te verblijven al was het maar voor een enkele nacht. Het idee liet me niet los en ik maakte in een ondeugende bui gebruik van een lastminutedeal voor slechts € 220 normaal € 350, een koopje.

Het zag er gelikt uit, alles zat strak in de verf, de verlichting was prachtig.

Ik mocht ook gebruik maken van het azuurblauwe zwembad en de wellness.

Het waren ook geen kamers, maar appartementen waar de luxe vanaf droop.

Het eerste wat ik bij aankomst deed was al struikelend mijn zwembroek aantrekken om een verkwikkende dompel te maken in de heldere Oostzee.

Wel wennen: een zon die niet in de zee zakt maar achter de duinen verdwijnt.

De avond valt en ik duik een luxe restaurant in waar geen neen te koop is.

Mijn pijnlijk volle buik betastend val ik op mijn metershoge topmatras en trek het zachte donzen dekbed over me heen, lees nog een boek, klassiek muziekje.

Ik knip het licht uit en staar in de bijna donkere kamer, ik een uitverkorene.

€ 220 voor een nacht, een dikke BMW motor (Berlin Build) in de garage, een ijskast vol drank (bij de prijs inbegrepen). 50 vierkante meter voor mij alleen.

Wel ff heel wat anders dan die arbeiders die helemaal niets kregen, of de vluchtelingen die na het bombardement op Hamburg met hun kinderen hier op 10 vierkante meter per gezin zaten. Of de vluchtende Duitsers, bang voor het oprukkende Sovjetleger dat het oorlogsrecht niet al te serieus nam.

Of de Russische ongewenste elementen die hier later geïnterneerd werden.

Als dit Kolos van Prora kon spreken over alles wat hier ooit plaatsvond dan zou het hartstochtelijk jammeren, maar alles gaat voorbij en we moeten door.                     

En ik hier maar in extreme weelde resideren. Ik, per ‘ongelukke’ mazzelpiemel.     

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1909 Girl in silver sea. Joaquin Sorolla (Joaquin Sorolla y Bastida).

Dzień dobry.

Dzień dobry.               Minks wekelijkse column 18-8-2026

 

Zoals sommigen onder u wellicht door hebben ben ik op vakantie.

Dat doe ik altijd op de motah, en alleen. Ik zie in mijn café zo vaak en veel mensen, dat ik dat alleen vakantievieren koester.

Ik vind het weggaan wel een klus, zorgen dat alle dingen zoveel mogelijk klaar zijn, dat geeft me tijdens de vakantie gewoon veel meer rust.

En dan het drama van de koffers (bij mij een rugzak, rol en twee zijtassen) inpakken. Neem ik niet te weinig mee? En dan op het laatste moment een soort god-zegen-de-greep manier, die mij alleen nog maar onzekerder maakt.

 

Maar ja, uiteindelijk gaat het schip zeilen, een smartelijk afscheid van Tijgah en off we go. Je zal van dat op vakantie gaan nog overspannen raken ook.

Deze keer liet ik de diepe zucht ter hoogte van de kaarsenstad Gouda.

Zo’n zucht is het teken dat ik los ben van de verantwoordelijkheden. Echt los ben je natuurlijk nooit, maar bij het spontaan slaken van die zucht zeker wel.

En dan begint het gevecht tegen de natuur en de hotels. Ja ik neem hotels, na zo’n dag op de Black Beauty (koosnaam van mijn motah:-) ben ik meer dan ooit gesloopt, ik ben natuurlijk de allerjongste niet en merk dat rust belangrijk is.

Ben ook wel heel dankbaar dat ik die vakanties met de motah nog kan doen op mijn leeftijd. Slinger nog gewoon mijn been over de bepakte motah heen.

Dat doen weinig zeventigers me na. Op het na 300 km afstappen ga ik niet in.

 

Over het gevecht tegen de hotels ga ik niet uitweiden, dat wordt langdradig. Maar met die natuur heb ik nog wel even een flink appeltjuh te schillen.

Was het verleden jaar in Italië bloedverziekend heet, had ik nu te maken met regenbuien die te pas en te onpas zo maar ineens uit de lucht kwamen vallen.

Óf ik trok het regenpak aan en zag de hele rit, ondanks dreigende wolken die samenpakten, niet 1 enkele verdwaalde klotedruppel meer, óf ik had het pak niet aangetrokken en was als donderslag bij heldere hemel in een klap zeiknat.  Laatste 100 km diep in Polen gaan langs boerderijen, kerken en dorpsstraten.

En daar zit je dan, gedachtes gaan door je heen, over van alles en iedereen.

Regen geselt je vizier en scherm, windstoten dwingen je tegen te hangen. Tijdens de strijd tussen de natuur en mij wisselt de lucht van houtkachels zich af met die van pas uitgereden varkensmest en verse peterselie. Zelfs de mest streelt mijn geurreceptoren. Drijfnat en met een bijna lege tank maakt de kassajuffrouw van de plaatselijke benzinepomp uit zichzelf een cappuccino voor me, wat een mooie mensen en een top vakantie, ik zeg: “dzień dobry”.   

  

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1890 Landscape in the rain (or Landscape at Auvers in the rain). Vincent van Gogh.

 

Ik heb het gedaan.

Ik heb het gedaan.                      Minks wekelijkse column 11-8-2026

Normaal doe ik dat soort dingen niet, ik ben er de man niet naar.

Toch plots vergat ik mezelf en liet me kinderachtig genoeg gaan.

Ik was ooit een macho die zichzelf, in z’n jeugdige overmoed, verheven had tot een soort van halfgod, maar naarmate de tijd verstrijkt bind ik als vanzelf enorm in en wordt veel meer beschouwelijk.

Maar op een goed moment viel de afstandelijkheid als een loden jas van me af.

De puistenkop stond bij het stoplicht ineens naast me, met zo’n fel mug-achtig motortjuh. Ik groette hem netjes, maar meneer begon overdreven te gassen. Ik haat dat gedrag van ‘ik ben ook een bewoner van deze planeet en dat zullen jullie weten’. Net als die mafketels met die bruluitlaten, trek um lekkah open.

Iedereen heeft er last van, maar voor hen is het kicken man, giechel, giechel.   

Laats in de Boogiewoogie tunnel, eentje vlak naast me, schrok me de pl……..    

Tis wel duidelijk, ik ben niet (meer?) iemand van het uiterlijk vertoon.

Ook dat keihard rijden, en zeker op een motor, gewoon te link, niet doen joh.

Tja, de jeugd hé, onvolgroeide cortex, maar je mag je er aan irriteren toch.

Maar even terug naar die gasgevende puber met die puistenkop en die mug onder zijn knokige kont. Hij keek me aan zo van wat ken je dan ouwe lul.

En maar gassen en me indringend aan kijken. Dat was de druppel zeg maar ff.

Ik wilde het niet doen, hou niet zo van dat soort competitiegedrag, das niks voor mij. Maar dit ettertje vroeg om een lesje, en dat kon hij krijgen.

Nu moet u weten dat mijn Black Beauty een motor is met maar liefst 1800 cc op 2 cilinders, dat betekent dat er zowat 2 soepblikken van een liter vanaf het motorblok heen en weer gaan. Dat is veel voor een motor op twee wielen.

En dat produceert wel heel wat power, zeker ten opzichte van zo’n fel mugje.

Dus in een opwelling schoot ik uit de startblokken, ik wilde het echt niet doen.

Ik zette me schrap, maakte mijn ogen tot spleetjes en trok het gas vol open.

Ik wist ‘gewoonweg’ niet wat er gebeurde, had zoiets nog nooit gedaan, dat ding is supersnel, mijn Black Beauty veranderde in een briesende leeuw.

Die muggentuffer met veel geschreeuw en weinig wol heb ik niet meer gezien.

Zal in behandeling zijn voor de enorme deuk in z’n ego door mij toegebracht.

Bij dezen mijn excuus voor het onverantwoord laten gaan van mijn persoontje.

Tis een slecht voorbeeld, ik doe zoiets echt nooit, doorgaans negeer ik ze en speel de gedistingeerde heer met een onuitputtelijke dosis zelfbeheersing.

1 ding beloof ik: ik zal het nooit meer doen, maar ik heb het wel gedaan:-)    

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

 

S.d. The fight between gentlemen. Gaspare Traversi.

Mag dat.  

Mag dat.                     Minks wekelijkse column 5-8-2026

 

‘s Zomers is het vaak komkommertijd voor de nieuwsvergaring, dus verzint de pers items, of ze gebruikt gewoon oud nieuws.

Net als van de week een bericht dat mij als man direct opviel.

‘BH controle tijdens de Tour de France Femmes’, wel heb ik ooit.

Wanneer je als fietser kromgebogen over je stuur de wedstrijd wil winnen maak je blijkbaar meer kans met minder ruimte tussen je armen, dus ben je met grote borsten eigenlijk meer mans. Nou ja spreekwoordelijk dan.

Er ontstaat gewoon een betere airflow met grotere rondingen, simpel toch.

 

Dus wanneer je als renster met een beteuterde bos hout voor de deur nog een beetje resultaat wil behalen, moet de trukendoos open.

Grotere BH’s met opvulling doen het voordeel heel rap reduceren.

Ook de push up BH is in trek om de prontheid der borsten te bevorderen.

Onenigheid, “vals spel!” werd er al snel geroepen, dit moest rap de kop worden ingedrukt voordat de geest uit de fles was, dus heuse BH controles dan maar.

Om te zorgen dat het allemaal een beetje door de ‘beugel’ kon werd het een controleuse. Ja ik weet het, dat riekt naar genderdiscriminatie, maar toch.

Vraag me nu serieus af of een chirurgische borstvergroting ook tot een bepaalde vorm van ‘doping’ zal gaan behoren. Dat kan je toch lastig verbieden.

 

Eigenlijk is het dus zo dat als mannen borsten zouden hebben ze alle records aan flarden zouden rijden, dus alle wielrenners in de rij bij de borstenkliniek.

Ja je moet er toch wat voor over hebben om de top te bereiken lijkt me zo.

Een andere kwestie die hieruit voortvloeit: hoe gaan fotografen en filmers nog een plaatje schieten zonder als seksist te worden betiteld?

Ondanks het feit dat een vrouw of man in strakke kleding voor velen nog steeds een streling voor het oog is, mag dat niet meer expliciet in beeld.

Het moet allemaal meer gefocust zijn op de prestatie en de sport, hoe dan?

Met die steeds prontere borsten toch best nog wel een soort van uitdaging.

Vooral geen shots van borsten of billen, dat zou de vrouw seksualiseren.

Zo zijn er nog wel wat van die dingen, dit hoorde ik van de week: het eten van vleesvervangers zou niet mannelijk genoeg zijn, dat moet echt anders.

Of: De Gezondheidsraad adviseert om het niet drinken van alcohol de nieuwe norm te laten worden. En zo gaan we ‘gelukkig’ op weg naar een perfecte samenleving, of die net zo leuk zal zijn als dat hij was? Ik betwijfel het.

Ik hoop dat u de satire in dit verhaal kan waarderen, of mag dat ook al niet.

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1885 The Braid (Suzanne Valadon). Pierre Auguste Renoir.

Babykleertjes. 

Babykleertjes.            Minks wekelijkse column 29-7-2026

 

Voor ongemakken of bezoekjes doe ik met enige regelmaat het HMC Westeinde aan. De oude Hagenees noemt het, halsstarrig als hij kan zijn, nog steeds het Westeindeziekenhuis.

Dan is daar ook nog de stokoude Hagenees die volhardt in de benaming Johannes de Deo. Hoewel ik vermoed dat het leeuwendeel van de laatstgenoemde categorie stapsgewijs dit pand, van genezing en finale uren, via de zijingang verlaten heeft in een grijze wagen met voorloper.

 

Wanneer ik in de aankomsthal van een saucijzenbroodje geniet monstert een dame op leeftijd langdurig en minutieus het rek met babykleertjes.

Ik lees verder in wéér zo’n interessant boek dat me wederom bezighoudt.

Ik verlies mijn concentratie als er iemand aan ‘mijn’ tafel plaats neemt. “Heeft u er bezwaar tegen als ik hier zit”, vraagt ze beleefd. Het is de babykleertjesvrouw. “Neen hoor ga gerust uw gang, mij stoort het niet” zei ik, huichelaar die ik ben. “Die saucijzenbroodjes worden steeds kleiner” sprak ze. “Ja en niet meer zo overheerlijk moddervet zoals gewoonlijk”, pareerde ik.

Ze lachte en hapte, ondanks het formaat, toch met veel smaak in het broodje.

 

“Ik zag u tussen de babykleertjes neuzen, uitbreiding in de familie?”

“Nou neen, niet echt”, sprak ze met een bittere trek rond haar mond.

Licht aangeslagen probeerde ik de verloren concentratie weer op te pakken.

“Neen ik heb geen kinderen, het wilde niet erg lukken, maar bij het zien van dat rek kon ik me niet inhouden en moest kijken”, sprak ze wel erg openhartig.

“Ik heb me er bij neergelegd, mijn toenmalige man ook, zei hij altijd.

Op een dag kwam hij met een puppy aan, in een doos met een strik er om.

Ik maakte hem open en daar was tie dan, ik schoot er vol van, zo’n schatje.

We hebben hem Koos genoemd, het was zo’n miniteckel, slim beestje”.

 

“Koos heb ik nog steeds, tis mijn trouwe kameraad, neen die man is weg.

Naar een andere vrouw, heeft hij nu vier kinderen bij, dus hét lag aan mij.

Hij kon zich er blijkbaar toch niet bij neerleggen, zij schijnbaar erg snel”.

Ik liet haar praten, ze had het overduidelijk nodig. Zo te merken was ik de uitverkorene waar deze getormenteerde vrouw dit leed mee wilde delen.

“Ja ik zag dat rek en moest kijken, gedachtes vliegen dan door mijn hoofd, tis zoals het is meneer”. Ze slikte. Als troost keek ik haar begrijpend aan.

Ze glimlachte meewarig, nam afscheid en verdween in de mensenmassa.

 

 Tekst: Mink Out.                         Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1903 Bonheur des parents. Jean-Eugène Buland.

Vakantie. 

Vakantie.        Minks wekelijkse column 22-7-2026

Een intensieve tijd ligt weer achter me, namelijk een berg kinderparty’s, 2 volwassenfeesten en een last-minute borrel.

Het was 14 dagen achter elkaar bal, met slechts 1 vrije dag.

Nou vind ik het hartstikke leuk hoor, ik heb er voor gekozen. Het is zoveel, zo kort achter elkaar, alles op 0 en je worstelt je er doorheen.

Gelukkig heb ik de hulpstukken (koosnaampje voor mijn puike medewerkers), want alleen kan je niks, tenminste niet met zoveel bezoekers als in de horeca.

Als ik aanhaal dat het wel een klus is zegt een enkeling al snel: “maar dan hebbie toch lekker verdiend”, dat is heus waar, maar 14 dagen achter elkaar feest blijft, ondanks de beloning, een heel karwei. ‘k Ben wel ff uitgefeest nu.

Toen het doek zich na die laatste borrel sloot voelde het of ik na al dat aftellen kruipend de eindstreep bereikte, ik wilde zo graag kalmer aan doen.

Mijn semi-autistische alter ego kwam ook nog ff op het idee om de voorgevel van het café te schilderen en zo, das lastig met een draaiende winkel, dus kon dat mooi nog ff in deze vakantietijd, hooguit een weekie werk dacht ik zo.

Met de harde(klanten)kern van de Conck op een zonnige zondag de mikado van de rolstijger gedaan, dat gaat ook niet alleen. En het was nog lang gezellig.

Een hevig vibrerende schuurmachine en mijn artrosehandjes bleek geen match made in heaven, maar gelukkig bracht vriend Ed hier uitkomst.

En wij op maandag aan de slag, Ed vroeg, das tie zo gewend, en ik later, want dat past wat meer in mijn bioritme. Rond halfdrie overlapten onze tijden elkaar en dronken we een bakkie. Gaandeweg voelde het werken aan die gevel al als een soort van vakantie. De strak omlijnde afspraken waren verdwenen.

Niets was vanaf nu nog verplicht, ja die gevel moest eens af, maar dat waren variabele werktijden zonder enige druk van bovenaf. En met mijn voorgenomen vakantie van 7 weken, was er amper een death limit voor ons geveltoeristen.

Neen, ik voelde me in de eerste instantie leeg als een Messi na het WK ’26,

maar nu merk ik dat mijn accu zich door het vakantiegevoel weer rap oplaadt.

En na een serie krakkemikkige rolsteigerbeklimmingen heb ik plots ook weer het bestaan van mijn reeds lang verloren gewaande bilspieren ontdekt.

Beetje een latei herstellen, bakkie, praatje met voorbijtrekkende buren, werken en keuvelen met Ed, neen mijn vakantie kan nu al niet meer stuk.

En dan moet de daadwerkelijke vakantie nog beginnen. Komt helemaal goed!  

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

1874 Klecksel the Painter. Otto Piltz.

 

 

Slotjes.

Slotjes.                                Minks wekelijkse column 15-7-2026

 

Wanneer ik in een stad van enige betekenis ben zie ik bruggen en hekken gebukt gaan onder het gewicht van trossen hangslotjes.

Schijnt iets te doen te hebben met verliefde types. Zo’n slotje staat voor eeuwige verbondenheid tot de dood ons scheidt of zo.

Een goedkoop model is natuurlijk niet echt safe dus moet het er 1 worden met levenslange garantie. Nou, die bestaat niet. Onderzoek bracht aan het licht dat er wel een merk is dat een bepérkte levenslange garantie (BLG) biedt.

Nou is niets, behalve voor de ogen van onze verblinde verliefden, zonder risico dus dan maar die BLG, in de hoop dat hij/zij maar levenslang zal hangen.

 

Over het algemeen gaat het als volgt: 1 van de 2 begint te zeuren over een ring en een slotje aan een brug of zo. Gewoon omdat het zo verdomd leuk is.

Ze schrijven dan hun beider namen op het slotje, hangen het aan de zijkant van de Parijse Pont-Neuf en gooien daarna het sleuteltje in het water.

Ik zou de reservesleutel voor de zekerheid graag op zak houden, maar dat is volgens mijn droomvrouw echt niet nodig, we krijgen het zó fijn samen.

De klik bij het sluiten van het slotje zou bij mij door merg en been gaan.

Tis zo verpletterend onvoorwaardelijk. Nou moet je je leven lang met haar.

In het begin is daar de liefde en de lust, heb dit altijd een erg verwarrende combi gevonden, die twijfel over welk van die 2 voor mij het belangrijkst was.  

Tuurlijk was ik wel eens echt verliefd, maar de lust was meestal het vuur dat de verliefdheid warm hield of veinsde, of is het een kip en het ei verhaal?

 

Nou ja, al wandelend door Parijs overpeinsde ik dit alles zo’n beetje.

Het aangezicht van al die slotjes deed me gruwen. Nou ben ik ook niet zo’n verkeringslijer. Ik ben meer een gozah alleen, dat bevalt ook redelijk goed.

Het was ooit anders, maar ik ben toch op m’n best met mijn eigen veilige ik.

Echt verliefd worden is natuurlijk niet tegen te houden, dat gebeurt gewoon. Pats boem tikkie, jij bent hem, het keert je hele leven binnenstebuiten.

Rationeel heb ik dan weinig in de melk te brokkelen, ik word vaak een lamlul.

 

Neen die slotjes zitten daar naar mijn idee helemaal best, laat maar lekker hangen, alleen roept bij mij altijd weer een ‘achter slot en grendel’ gevoel op.

Leunend op een brugleuning kijk ik naar de Seine die onder mij en duizenden slotjes doorstroomt, het water schittert me in evenzoveel kleuren tegemoet. Ik voel me enorm vrij, wil jij wat anders, gewoon doen, simpele slot-som toch.  

 

Tekst: Mink Out.                             Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1901 Le Pont-Neuf, après-midi de pluie, 1re série. Camille Pissarro (Danish-French painter) 1830 – 1903.

Godsgruwelijk knap koetsje.

Godsgruwelijk knap koetsje.       Minks wekelijkse column 8-7-2026

 

“Neen Mink, deze keer gaat het um echt niet meer worden.

Hem er doorheen krijgen gaat een berg geld kosten gozah.

Dat is tie echt niet meer waard. Bladveren moeten vernieuwd, de hele onderkant is verrot, en daarbij is het een diesel uit zowat de slechtste categorie. Neen beste cafébaas neem er afstand van, das beter”.

 

Nou woon ik natuurlijk in het Haagse centrum en dat wordt binnen afzienbare tijd een milieuzone, mits de nieuwe coalitie het terugdraait, maar zo te zien en aan mijn water te voelen moet ik er toch echt aan geloven.

De laatste jaren stond deze auto soms maanden te grienen van verwaarlozing.

De duivenstront moest ik, voor te kunnen rijden, van voorruit af bikken.  

Hij diende meer als een opslagplek voor alles wat in de winkel in de weg lag.

 

Kijk normaal doe ik er niet zo moeilijk over, maar in deze wagen huisden heel wat dierbare herinneringen. Het was namelijk de koets speciaal gekocht voor mijn ongekroonde koningin-moeder Den Ouden Neel. God hebben haar ziel.

Was zo’n rooie bus met een lift waar je haar met de rolstoel in kon takelen. Een glimmende, strakke bus ook, tot ik er na amper twee dagen al een forse deuk in reed. Ja en nog mijn schuld ook, zo’n actie is typisch iets voor mij.

Dingen kunnen bij mij nooit echt vlekkeloos verlopen, maar ik draag dit lot als een kerel, bek stoer in de wind, terwijl schuimkoppen mijn gelaat geselen;-)

 

Zie Den Ouden Neel nog zo naast me zitten genieten, wanneer we een lekker stukje uit rijden gingen. Overal geweest en voor haar, die niet veel méér had dan op haar kamertje zitten, was het iedere keer weer een enorm avontuur.

Ok toegegeven, soms een hele (rij)toer, maar ’t gaf eindeloos veel vreugde.

Ze kwam er vaker uit, ik nam haar zoveel mogelijk mee naar moderne dingen.

De Markthal in Rotterdam was zoiets, haar mond viel open en met al dat eten daro kwam dat voor deze oppersmulpaap heel goed uit, ze vond het prachtig.

En dan dat reisje naar Zaltbommel waar ik een berg zonnebloemen, die zij mooi vond, zo vanaf de tractor kocht, het hele tehuis stond er later vol mee.

Of hoe ze op KonDag bij de Conckelaer uitgeleide werd gedaan door Neef Jeff en de menigte, terwijl ze als een ware koningin naar iedereen wuifde.

 

Ja, alles gaat voorbij. Moest wel even slikken, maar ‘t was een machtig samenzijn met Den Ouden Neel, ik en het godsgruwelijke knappe koetsje.

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

Ca. 1889 Koets in besneeuwde straat in Voorburg. Willem Bastiaan Tholen (1860-1931).