Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: Mink Out

Mag dat.                     Minks wekelijkse column 5-8-2026

Mag dat.                     Minks wekelijkse column 5-8-2026

 

‘s Zomers is het vaak komkommertijd voor de nieuwsvergaring, dus verzint de pers items, of ze gebruikt gewoon oud nieuws.

Net als van de week een bericht dat mij als man direct opviel.

‘BH controle tijdens de Tour de France Femmes’, wel heb ik ooit.

Wanneer je als fietser kromgebogen over je stuur de wedstrijd wil winnen maak je blijkbaar meer kans met minder ruimte tussen je armen, dus ben je met grote borsten eigenlijk meer mans. Nou ja spreekwoordelijk dan.

Er ontstaat gewoon een betere airflow met grotere rondingen, simpel toch.

 

Dus wanneer je als renster met een beteuterde bos hout voor de deur nog een beetje resultaat wil behalen, moet de trukendoos open.

Grotere BH’s met opvulling doen het voordeel heel rap reduceren.

Ook de push up BH is in trek om de prontheid der borsten te bevorderen.

Onenigheid, “vals spel!” werd er al snel geroepen, dit moest rap de kop worden ingedrukt voordat de geest uit de fles was, dus heuse BH controles dan maar.

Om te zorgen dat het allemaal een beetje door de ‘beugel’ kon werd het een controleuse. Ja ik weet het, dat riekt naar genderdiscriminatie, maar toch.

Vraag me nu serieus af of een chirurgische borstvergroting ook tot een bepaalde vorm van ‘doping’ zal gaan behoren. Dat kan je toch lastig verbieden.

 

Eigenlijk is het dus zo dat als mannen borsten zouden hebben ze alle records aan flarden zouden rijden, dus alle wielrenners in de rij bij de borstenkliniek.

Ja je moet er toch wat voor over hebben om de top te bereiken lijkt me zo.

Een andere kwestie die hieruit voortvloeit: hoe gaan fotografen en filmers nog een plaatje schieten zonder als seksist te worden betiteld?

Ondanks het feit dat een vrouw of man in strakke kleding voor velen nog steeds een streling voor het oog is, mag dat niet meer expliciet in beeld.

Het moet allemaal meer gefocust zijn op de prestatie en de sport, hoe dan?

Met die steeds prontere borsten toch best nog wel een soort van uitdaging.

Vooral geen shots van borsten of billen, dat zou de vrouw seksualiseren.

Zo zijn er nog wel wat van die dingen, dit hoorde ik van de week: het eten van vleesvervangers zou niet mannelijk genoeg zijn, dat moet echt anders.

Of: De Gezondheidsraad adviseert om het niet drinken van alcohol de nieuwe norm te laten worden. En zo gaan we ‘gelukkig’ op weg naar een perfecte samenleving, of die net zo leuk zal zijn als dat hij was? Ik betwijfel het.

Ik hoop dat u de satire in dit verhaal kan waarderen, of mag dat ook al niet.

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1885 The Braid (Suzanne Valadon). Pierre Auguste Renoir.

Babykleertjes. 

Babykleertjes.            Minks wekelijkse column 29-7-2026

 

Voor ongemakken of bezoekjes doe ik met enige regelmaat het HMC Westeinde aan. De oude Hagenees noemt het, halsstarrig als hij kan zijn, nog steeds het Westeindeziekenhuis.

Dan is daar ook nog de stokoude Hagenees die volhardt in de benaming Johannes de Deo. Hoewel ik vermoed dat het leeuwendeel van de laatstgenoemde categorie stapsgewijs dit pand, van genezing en finale uren, via de zijingang verlaten heeft in een grijze wagen met voorloper.

 

Wanneer ik in de aankomsthal van een saucijzenbroodje geniet monstert een dame op leeftijd langdurig en minutieus het rek met babykleertjes.

Ik lees verder in wéér zo’n interessant boek dat me wederom bezighoudt.

Ik verlies mijn concentratie als er iemand aan ‘mijn’ tafel plaats neemt. “Heeft u er bezwaar tegen als ik hier zit”, vraagt ze beleefd. Het is de babykleertjesvrouw. “Neen hoor ga gerust uw gang, mij stoort het niet” zei ik, huichelaar die ik ben. “Die saucijzenbroodjes worden steeds kleiner” sprak ze. “Ja en niet meer zo overheerlijk moddervet zoals gewoonlijk”, pareerde ik.

Ze lachte en hapte, ondanks het formaat, toch met veel smaak in het broodje.

 

“Ik zag u tussen de babykleertjes neuzen, uitbreiding in de familie?”

“Nou neen, niet echt”, sprak ze met een bittere trek rond haar mond.

Licht aangeslagen probeerde ik de verloren concentratie weer op te pakken.

“Neen ik heb geen kinderen, het wilde niet erg lukken, maar bij het zien van dat rek kon ik me niet inhouden en moest kijken”, sprak ze wel erg openhartig.

“Ik heb me er bij neergelegd, mijn toenmalige man ook, zei hij altijd.

Op een dag kwam hij met een puppy aan, in een doos met een strik er om.

Ik maakte hem open en daar was tie dan, ik schoot er vol van, zo’n schatje.

We hebben hem Koos genoemd, het was zo’n miniteckel, slim beestje”.

 

“Koos heb ik nog steeds, tis mijn trouwe kameraad, neen die man is weg.

Naar een andere vrouw, heeft hij nu vier kinderen bij, dus hét lag aan mij.

Hij kon zich er blijkbaar toch niet bij neerleggen, zij schijnbaar erg snel”.

Ik liet haar praten, ze had het overduidelijk nodig. Zo te merken was ik de uitverkorene waar deze getormenteerde vrouw dit leed mee wilde delen.

“Ja ik zag dat rek en moest kijken, gedachtes vliegen dan door mijn hoofd, tis zoals het is meneer”. Ze slikte. Als troost keek ik haar begrijpend aan.

Ze glimlachte meewarig, nam afscheid en verdween in de mensenmassa.

 

 Tekst: Mink Out.                         Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1903 Bonheur des parents. Jean-Eugène Buland.

Vakantie. 

Vakantie.        Minks wekelijkse column 22-7-2026

Een intensieve tijd ligt weer achter me, namelijk een berg kinderparty’s, 2 volwassenfeesten en een last-minute borrel.

Het was 14 dagen achter elkaar bal, met slechts 1 vrije dag.

Nou vind ik het hartstikke leuk hoor, ik heb er voor gekozen. Het is zoveel, zo kort achter elkaar, alles op 0 en je worstelt je er doorheen.

Gelukkig heb ik de hulpstukken (koosnaampje voor mijn puike medewerkers), want alleen kan je niks, tenminste niet met zoveel bezoekers als in de horeca.

Als ik aanhaal dat het wel een klus is zegt een enkeling al snel: “maar dan hebbie toch lekker verdiend”, dat is heus waar, maar 14 dagen achter elkaar feest blijft, ondanks de beloning, een heel karwei. ‘k Ben wel ff uitgefeest nu.

Toen het doek zich na die laatste borrel sloot voelde het of ik na al dat aftellen kruipend de eindstreep bereikte, ik wilde zo graag kalmer aan doen.

Mijn semi-autistische alter ego kwam ook nog ff op het idee om de voorgevel van het café te schilderen en zo, das lastig met een draaiende winkel, dus kon dat mooi nog ff in deze vakantietijd, hooguit een weekie werk dacht ik zo.

Met de harde(klanten)kern van de Conck op een zonnige zondag de mikado van de rolstijger gedaan, dat gaat ook niet alleen. En het was nog lang gezellig.

Een hevig vibrerende schuurmachine en mijn artrosehandjes bleek geen match made in heaven, maar gelukkig bracht vriend Ed hier uitkomst.

En wij op maandag aan de slag, Ed vroeg, das tie zo gewend, en ik later, want dat past wat meer in mijn bioritme. Rond halfdrie overlapten onze tijden elkaar en dronken we een bakkie. Gaandeweg voelde het werken aan die gevel al als een soort van vakantie. De strak omlijnde afspraken waren verdwenen.

Niets was vanaf nu nog verplicht, ja die gevel moest eens af, maar dat waren variabele werktijden zonder enige druk van bovenaf. En met mijn voorgenomen vakantie van 7 weken, was er amper een death limit voor ons geveltoeristen.

Neen, ik voelde me in de eerste instantie leeg als een Messi na het WK ’26,

maar nu merk ik dat mijn accu zich door het vakantiegevoel weer rap oplaadt.

En na een serie krakkemikkige rolsteigerbeklimmingen heb ik plots ook weer het bestaan van mijn reeds lang verloren gewaande bilspieren ontdekt.

Beetje een latei herstellen, bakkie, praatje met voorbijtrekkende buren, werken en keuvelen met Ed, neen mijn vakantie kan nu al niet meer stuk.

En dan moet de daadwerkelijke vakantie nog beginnen. Komt helemaal goed!  

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

1874 Klecksel the Painter. Otto Piltz.

 

 

Slotjes.

Slotjes.                                Minks wekelijkse column 15-7-2026

 

Wanneer ik in een stad van enige betekenis ben zie ik bruggen en hekken gebukt gaan onder het gewicht van trossen hangslotjes.

Schijnt iets te doen te hebben met verliefde types. Zo’n slotje staat voor eeuwige verbondenheid tot de dood ons scheidt of zo.

Een goedkoop model is natuurlijk niet echt safe dus moet het er 1 worden met levenslange garantie. Nou, die bestaat niet. Onderzoek bracht aan het licht dat er wel een merk is dat een bepérkte levenslange garantie (BLG) biedt.

Nou is niets, behalve voor de ogen van onze verblinde verliefden, zonder risico dus dan maar die BLG, in de hoop dat hij/zij maar levenslang zal hangen.

 

Over het algemeen gaat het als volgt: 1 van de 2 begint te zeuren over een ring en een slotje aan een brug of zo. Gewoon omdat het zo verdomd leuk is.

Ze schrijven dan hun beider namen op het slotje, hangen het aan de zijkant van de Parijse Pont-Neuf en gooien daarna het sleuteltje in het water.

Ik zou de reservesleutel voor de zekerheid graag op zak houden, maar dat is volgens mijn droomvrouw echt niet nodig, we krijgen het zó fijn samen.

De klik bij het sluiten van het slotje zou bij mij door merg en been gaan.

Tis zo verpletterend onvoorwaardelijk. Nou moet je je leven lang met haar.

In het begin is daar de liefde en de lust, heb dit altijd een erg verwarrende combi gevonden, die twijfel over welk van die 2 voor mij het belangrijkst was.  

Tuurlijk was ik wel eens echt verliefd, maar de lust was meestal het vuur dat de verliefdheid warm hield of veinsde, of is het een kip en het ei verhaal?

 

Nou ja, al wandelend door Parijs overpeinsde ik dit alles zo’n beetje.

Het aangezicht van al die slotjes deed me gruwen. Nou ben ik ook niet zo’n verkeringslijer. Ik ben meer een gozah alleen, dat bevalt ook redelijk goed.

Het was ooit anders, maar ik ben toch op m’n best met mijn eigen veilige ik.

Echt verliefd worden is natuurlijk niet tegen te houden, dat gebeurt gewoon. Pats boem tikkie, jij bent hem, het keert je hele leven binnenstebuiten.

Rationeel heb ik dan weinig in de melk te brokkelen, ik word vaak een lamlul.

 

Neen die slotjes zitten daar naar mijn idee helemaal best, laat maar lekker hangen, alleen roept bij mij altijd weer een ‘achter slot en grendel’ gevoel op.

Leunend op een brugleuning kijk ik naar de Seine die onder mij en duizenden slotjes doorstroomt, het water schittert me in evenzoveel kleuren tegemoet. Ik voel me enorm vrij, wil jij wat anders, gewoon doen, simpele slot-som toch.  

 

Tekst: Mink Out.                             Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1901 Le Pont-Neuf, après-midi de pluie, 1re série. Camille Pissarro (Danish-French painter) 1830 – 1903.

Godsgruwelijk knap koetsje.

Godsgruwelijk knap koetsje.       Minks wekelijkse column 8-7-2026

 

“Neen Mink, deze keer gaat het um echt niet meer worden.

Hem er doorheen krijgen gaat een berg geld kosten gozah.

Dat is tie echt niet meer waard. Bladveren moeten vernieuwd, de hele onderkant is verrot, en daarbij is het een diesel uit zowat de slechtste categorie. Neen beste cafébaas neem er afstand van, das beter”.

 

Nou woon ik natuurlijk in het Haagse centrum en dat wordt binnen afzienbare tijd een milieuzone, mits de nieuwe coalitie het terugdraait, maar zo te zien en aan mijn water te voelen moet ik er toch echt aan geloven.

De laatste jaren stond deze auto soms maanden te grienen van verwaarlozing.

De duivenstront moest ik, voor te kunnen rijden, van voorruit af bikken.  

Hij diende meer als een opslagplek voor alles wat in de winkel in de weg lag.

 

Kijk normaal doe ik er niet zo moeilijk over, maar in deze wagen huisden heel wat dierbare herinneringen. Het was namelijk de koets speciaal gekocht voor mijn ongekroonde koningin-moeder Den Ouden Neel. God hebben haar ziel.

Was zo’n rooie bus met een lift waar je haar met de rolstoel in kon takelen. Een glimmende, strakke bus ook, tot ik er na amper twee dagen al een forse deuk in reed. Ja en nog mijn schuld ook, zo’n actie is typisch iets voor mij.

Dingen kunnen bij mij nooit echt vlekkeloos verlopen, maar ik draag dit lot als een kerel, bek stoer in de wind, terwijl schuimkoppen mijn gelaat geselen;-)

 

Zie Den Ouden Neel nog zo naast me zitten genieten, wanneer we een lekker stukje uit rijden gingen. Overal geweest en voor haar, die niet veel méér had dan op haar kamertje zitten, was het iedere keer weer een enorm avontuur.

Ok toegegeven, soms een hele (rij)toer, maar ’t gaf eindeloos veel vreugde.

Ze kwam er vaker uit, ik nam haar zoveel mogelijk mee naar moderne dingen.

De Markthal in Rotterdam was zoiets, haar mond viel open en met al dat eten daro kwam dat voor deze oppersmulpaap heel goed uit, ze vond het prachtig.

En dan dat reisje naar Zaltbommel waar ik een berg zonnebloemen, die zij mooi vond, zo vanaf de tractor kocht, het hele tehuis stond er later vol mee.

Of hoe ze op KonDag bij de Conckelaer uitgeleide werd gedaan door Neef Jeff en de menigte, terwijl ze als een ware koningin naar iedereen wuifde.

 

Ja, alles gaat voorbij. Moest wel even slikken, maar ‘t was een machtig samenzijn met Den Ouden Neel, ik en het godsgruwelijke knappe koetsje.

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

Ca. 1889 Koets in besneeuwde straat in Voorburg. Willem Bastiaan Tholen (1860-1931).

 

Die zijn er namelijk ook.

Die zijn er namelijk ook.  Minks wekelijkse column 1 juli 2026

 

Die mooie zomer is amper begonnen of hij is alweer voorbij.

We liggen eruit, ik bedoel bij het WK voetbal in Amerika.

Het voelde al niet helemaal goed, tegen beter weten in hoopten we op succes. Aanvankelijk leken we op de goede weg, maar hij bleek dood te lopen, Marokko plaatste het verbodsbord nota bene.

Ik vreesde hetzelfde honende getutter als die bij hun bruiloftsoptochten,

wat ik ervaar als zeer irritant, wellicht ligt dat aan mij, maar toch.

Dat tutteren doen zij en ook andere nationaliteiten over de gehele wereld.

Maar dat hoorngeschal als bevestiging van ‘hun’ overwinning op ons Oranje, daar zat ik niet op zat te wachten en dan druk ik me nog genuanceerd uit.

 

Het hoongelach dat onze kant uit zou komen, bij een Nederlandse nederlaag, zou ik ook als onverdraaglijk ervaren. Maar wat we vreesden gebeurde.

We waren de pisang, het lulletje van de klas, de ezel, de klos, de loser.

Ja synoniemen zat om aan te geven hoe we ons vroeg in de ochtend voelden na de martelgang, voltrokken door onze betere Marokkaanse scherprechters.

Kijk, en om nu achteraf Oranje of de bondcoach af te fakkelen vind ik laf.

Neen, zeker was zijn tactiek, volgens de stuurlui aan wal, niet goed, anders hadden ze natuurlijk gewonnen, maar Koeman nam wel de handschoen op.

Niemand was goed genoeg, hij heeft het wel gedaan. Het pakte, helaas voor hem, het team en Oranje minnend Nederland verkeerd uit, helaas pindakaas.

 

Wat ik nog wel ff kwijt wil is een bedankje aan al die mensen die hun eigen creativiteit verkozen boven fatsoen. Een grap als dat de nieuwe sponsor van het Marokkaanse elftal het programma ‘Opsporing verzocht’ zou worden,

het zal humor zijn, maar je moet dat niet doen joh, als fluistergrapje aan de bar wellicht goed voor een verboden lachje, maar als grote klok grap not done.

Tis afstand vergrotend, beledigend en gaat er goed in als stemmingmakerij.  

 

De avond na ons smadelijk verlies was ik in een poolcentrum, waar ook wat Marokkaanse jongens en meisjes gezamenlijk een potje pool speelden.

Ik draaide me naar hen toe en riep met een serieuze bek en mijn overdreven luide stem: “zijn jullie Marokkanen!” Stilte, de barman en de aangesprokenen keken zo van wat gaat er nou gebeuren. Ik feliciteerde ze en deelde ze gekscherend mee dat ik het er verder echt niet meer over wilde hebben.

De barman slaakte een zucht van verlichting en bij die jeugd kon ik niet meer stuk, was ff lachen, toffe Marokkaanse jongeren, die zijn er namelijk ook.        

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl


S.d. Laughing Couple. Adam Styka (Polish painter) 1890 – 1959.

Brommen.

Brommen.                    Minks wekelijkse column 24-6-2026

 

We gingen naar de gevangenis, aan de Haagse Pompstationsweg. Om de welbekende monopolyzin te gebruiken ‘slechts op bezoek’.

We reden in de Amerikaan van Zwarte Sjaak, een neus als een voetbalveld, die auto dan hé. Als die wagen de bocht aansneed draaide het voetbalveld met zijn rechtopstaand embleem majestueus mee.

We zouden Rooie Ruud bezoeken, een traag reizende ster aan het firmament der Haagsche onderwereld. Hij zat, zoals de meesten, helaas onschuldig vast.

Zwarte Sjaak en ik hadden wel een vermoeden, maar onze mening hielden we hier, in het hol van de leeuw, logischerwijs ook achter slot en grendel.

 

“Vuile teringlijers”, sprak Rooie Ruud toen we na veel sleutelgerinkel en net zoveel sloten ge-krik-krak eindelijk bij zijn tafel aangeschoven waren.

“Sta ik op de Vaillantlaan voor een stoplicht te wachten klapt er ineens een idioot van achter op me, die gozer en dat wijf bleven als 2 ‘dooielingen’ zitten.

Ik stap vertieft uit de wagen, loop naar ze toe en wordt van achter door een paar gasten vastgepakt. Voor ik het goed en wel doorhad zat ik in de boeien met een zak over m’n hoofd in een arrestantenbusje richting politiebureau”. “Het ging allemaal vliegensvlug. Wel sluw gedaan hoor”, sprak hij met een niet te verhullen respect voor de geoliede actie. “Vieze bloedhonden zijn het”.

“Ja, met een sterretje (vuurgevaarlijk) achter je naam nemen ze geen risico Ruud, zeker niet met jouw gezicht als een ouwe puntenboxer”, grapte Sjaak.

 

Aan de tafel naast ons zat Mooie Joop voorzichtig met een vrouw te tongen. Met haar accentuerende kleding en make-up veinsde zij een jonge vrouw die bijna op zeker het oudste beroep ter wereld uitoefende. Haar bezoek aan Mooie Joop nam de laatste twijfel aan haar dubieuze broodwinning weg.

De bewaarders keken niet zo nauw, maar toen zij onder het tafelblad de handelingen van haar nobel beroep leek te praktiseren grepen ze toch in.

Nadat we een dubbel gevuld pakje shag verwisseld hadden met het lege van Rooie Ruud was het tijd om te gaan. We stortten bij de administratie nog wat geld op zijn boekje en lieten deze mistroostige omgeving voor wat het was. 

   

Na het bezoek deden we aan de rand van het bos een koffiehuisje aan. We zaten op het terras, de zon piekte zo nu en dan tussen het bladerdak door.

De zachte zomerwind verkoelde. Na het bajesbezoek aan Ruud voelden wij ons extra vrij. Wij zaten goed, we hadden geen reden of tijd om te brommen.

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 


1912 The Door into the Open. Egon Schiele.

Che.

Che.                                     Minks wekelijkse column 17-6-2026

 

Met mijn 14/15e jaar had ik veel weg van een revolutionair.

De ondraaglijke last van mijn leerboeken droeg ik met me mee in een pukkel, een soort van kleine, stevige legerrugtas.

Tijdens een loos schoolmoment, voor een lastige leerling zoals ik waren er zat, had ik er met pen een vet ban-de-bom teken opgekalkt.

Ook het jasje dat ik droeg had wel iets van jeugdige opstandigheid over zich.

Het was een 3-kwart legerjasje, eigenlijk een dikke blouse, met van die grote borstzakken, af te sluiten met een knoop. Mooi om mijn pakkie shag en zo in te doen, en een kitten, gekregen van mensen in mijn krantenwijk. Knoop dicht, koppie eruit en mee op de fiets. Leuk beest, meteen bij kat Witje in de mand.  

 

Het 3e teken van mijn schijnbare rebellie waar ik trots op was: de poster van de oude Cuba-revolutionair Che Guevara, gabber van Fidel Castro.

Die Che, die hing boven mijn bed. Alles is achteraf met mij nog goed gekomen.

Met die Che niet, maar daarover later meer in dit o zo boeiend verhaal;-).

Als kroon op mijn veelbelovend reactionair ‘hoof’ was daar dan ook nog het dienstweigeraarskapsel, lang haar dat vormloos tot mijn schouders reikte.

Het leek een beetje zo van alles moet anders en ik heb overal maling aan.  

 

Zoals vaak bij jongeren was het eigenlijk meer uiterlijk vertoon dan inhoud.

Die pukkel was gewoon makkelijk en iedereen van mijn ‘unieke’ generatie gebruikte hem, je hoorde er pas echt bij als je met zo’n tas in het rond liep.

En die jas? Niks revolutionair, het was ook gewoon een lekkah jasje, onze generatie had hem herontdekt en we onderscheidden ons er mee van de rest.

En die poster van Che Guevara dan, zal de oplettende lezer wellicht denken? Nou, het was zo’n fluorescerende poster die zo lekker van de muur afknalde in het fel rode licht van een energievretende 100 watt par 38 jampotglas-spot.

Dus ook deze uiting had helemaal niks te maken met mij dapper voor het communistisch systeem kiezen, neen tuurlijk niet, gewoon gemak en gaaf en een teken van een saamhorige slungel-puber-puistenkoppen generatie.

Ik had eigenlijk niks met politiek. Heb altijd wel in een bepaalde, volgens mij goede richting, gedacht, maar had in die tijd wel wat anders aan m’n ‘hoof’.

 

En dan nog ff over die Che? Dat was achteraf gezien ook niet echt een lentefris gozahtjuh. Liet mensen zonder enige vorm van proces neerschieten. Dit lot trof hem ook, karma? Che, een mooi portret voor boven je bed hoor.  

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

19e eeuw. La barricade de la place Blanche défendue par des femmes lors de la Semaine sanglante. Hector Moloch(?).

Blind kijken.  

Blind kijken.                           Minks wekelijkse column 10-6-2026

Een traditie zet het land weer op zijn kop, mogen we hopen.

Huizen en soms hele straten kleuren klap-in-je-bek-oranje.

Tis altijd wel een toffe periode, vooral wanneer je van voetbal houdt en ook nog eens een florerend horecabedrijf hebt.

Ja, ik ben er altijd wel blij mee, het geeft reuring en je verdient nog wat.

Tis in Amerika, Mexico en Canada, aanvankelijk qua tijd een tegenvaller, maar bij nader inzien valt het toch wel mee, slechts 1 wedstrijd om 1 u ‘s nachts.

Gezien de kwaliteit van de oefenwedstrijden houd ik mijn hart vast. Beloofde niet veel goeds, maar ik ben geen bondscoach en laten we dat maar zo houden.

We hopen dat Oranje, zoals wel vaker gebeurde, in het toernooi zal groeien.

Maar nu ff een andere kant van dit fantastisch WK voetbal in Amerika.

Er is, zoals enkele van jullie wellicht hebben meegekregen, al een Somalische scheidsrechter de toegang tot de USA geweigerd, ondanks een geldig visum.

FIFA directeur Infantino, de man die Trump ten overstaan van een schamper lachend publiek een FIFA vredesprijs toekende, doet alsof zijn neus bloedt.

Hij zegt geen invloed te hebben op het toelatingsbeleid van de USA en laat de beste scheidsrechter van Afrika, met rood, zonder VAR, het veld uit sturen.

Een aantal stafleden uit de Iraanse equipe is ook de USA-toegang ontzegd.

En dan zijn we er nog niet hé. Fans een kwart van de deelnemende landen kunnen hun cluppie niet aanmoedigen door het strenge Trump-visumbeleid.

Rijke landen kunnen daarentegen een stuk makkelijker binnenkomen, mits je zo woke en zelfverzekerd was om in plaats van de genderaanduiding M/V een X in je paspoort te laten vermelden, dan kom je er bij oom Donald ook niet in.

Daar hebben we dan de koppeltraditie behorend bij die van het WK voetbal. Namelijk het net doen of we gek zijn, we kijken gewoon de andere kant op.

We zijn ziende blind voor de dingen die het daglicht niet kunnen verdragen.

‘t Vertoont wel nare paralellen met de Olympische spelen van Adolf H in 1936. Afro-Amerikaan Jesse Owens won 4x goud in Londen, uh Berlijn, wel 4x goud.

Overigens zei Owens wel dat hij in de weken in Berlijn beter behandeld was dan tijdens zijn hele leven in de Verenigde Staten trouwens, daarvan akte.

Ik zie de opening van het WK wel voor me hoor, een gelikte show met een glansrol voor ‘Donald Trump de fantastische’. Volop genieten, zeker voor hem.  

Tis smullen van dit niet te negeren schouwspel. Het gaat om voetbal toch en niet om politiek. Zo dacht men toen ook, laten we maar snel blind gaan kijken.

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

 

 

1900 Nero in circus. Wilhelm Peters (1851–1935).

 

Tegenvaller.  

Tegenvaller.                         Minks wekelijkse column 3-6-2026

 

Dat men ooit het communisme achterna liep om te ontsnappen aan de uitbuiting van de Kapitalisten was niet zo heel gek.

Men hoopte op een beter leven en dat werd ze door die rode gozers beloofd. Zoals de geschiedenis ons heeft geleerd was het een loze belofte. Het heeft een berg mensenlevens gekost doordat de ‘grote leiders’ visies hadden welke niet echt werkten, uitputting, hongersnood en zo.

Praten we niet over al die, of nu eigenlijk wel, over al die mensen die het leven lieten en laten in de wegmoffelkampen van Lenin, Stalin en nu weer van Poetin.

 

Nou brak van de week toch ff m’n klomp toen ik een bericht zag over een geopende wijnkelder van Stalin met zo’n slordige 40.000 flessen godendrank.

Een decadent topje van de ijsberg dat uitsteekt boven een zee van ellende.

Wel een fors teken aan de wand dat deze ‘Slager’ aan weinig niet genoeg had.   

Zoiets verwacht je toch niet van de ‘Vader der Volken’ waar geen ‘gezeik allemaal gelijk’ schijnbaar alleen een zalvend motto voor het volk blijkt.

Genoeg hierover, maar dat het een gluiperig verzwijgen blootlegt is duidelijk. Van zo iemand kan je verwachten dat tie het enkel met zichzelf goed voor heeft. Zo’n dertig jaar lang die arme Russen gedicteerd. Echt een tegenvaller.     

 

Kijk, nu wil ik de volgende persoon die ik in dit verhaal betrek niet spiegelen aan Stalin, dat gaat echt te ver, maar de titel is ‘tegenvaller’ en dat is hij ook.

Ik zie hem nog zo, met cowboyhoed, hevig euforisch de rechtszaal verlaten.

Ja, hij had het met milieudefensie via rechtszaken voor elkaar gekregen dat de Nederlandse staat (dat zijn wij voor alle duidelijkheid) moest gaan dokken als ze de milieuregels niet serieus gingen handhaven. Wat een redder in nood.

Kijk, dat milieu moet natuurlijk betah, dat staat als een paal boven water, maar hoe je het nu wendt of keert men moet soms andere prioriteiten stellen.

 

Eerst al die aanstelling als directeur bij Tatasteel, dat was een vreemde truc.

Later was het een meesterzet om deze vervuiler van binnenuit te hervormen.

Maar toen bleek ineens dat deze Heer Donald Pols toch een klein smetje op zijn blazoen droeg. Hij was op de universiteit in Zuid Afrika een aanhanger van extreemrechts geweest, had zowaar Nelson Mandela nog dwars gezeten.   

Milieudefensie wist dat ook wel, echter het doel heiligt de middelen zeg maar. Bek houden was dus het devies. We zijn allemaal jong geweest en hebben daardoor ook wel eens verkeerde keuzes gemaakt, of niet? Maar het milieu redden in een zweem van extreemrechtse luchtjes is ook wel een tegenvaller.  

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1887 Factories at Asnieres, seen from the Quai de Clichy. Vincent van Gogh.