Babykleertjes.
Babykleertjes. Minks wekelijkse column 29-7-2026
Voor ongemakken of bezoekjes doe ik met enige regelmaat het HMC Westeinde aan. De oude Hagenees noemt het, halsstarrig als hij kan zijn, nog steeds het Westeindeziekenhuis.
Dan is daar ook nog de stokoude Hagenees die volhardt in de benaming Johannes de Deo. Hoewel ik vermoed dat het leeuwendeel van de laatstgenoemde categorie stapsgewijs dit pand, van genezing en finale uren, via de zijingang verlaten heeft in een grijze wagen met voorloper.
Wanneer ik in de aankomsthal van een saucijzenbroodje geniet monstert een dame op leeftijd langdurig en minutieus het rek met babykleertjes.
Ik lees verder in wéér zo’n interessant boek dat me wederom bezighoudt.
Ik verlies mijn concentratie als er iemand aan ‘mijn’ tafel plaats neemt. “Heeft u er bezwaar tegen als ik hier zit”, vraagt ze beleefd. Het is de babykleertjesvrouw. “Neen hoor ga gerust uw gang, mij stoort het niet” zei ik, huichelaar die ik ben. “Die saucijzenbroodjes worden steeds kleiner” sprak ze. “Ja en niet meer zo overheerlijk moddervet zoals gewoonlijk”, pareerde ik.
Ze lachte en hapte, ondanks het formaat, toch met veel smaak in het broodje.
“Ik zag u tussen de babykleertjes neuzen, uitbreiding in de familie?”
“Nou neen, niet echt”, sprak ze met een bittere trek rond haar mond.
Licht aangeslagen probeerde ik de verloren concentratie weer op te pakken.
“Neen ik heb geen kinderen, het wilde niet erg lukken, maar bij het zien van dat rek kon ik me niet inhouden en moest kijken”, sprak ze wel erg openhartig.
“Ik heb me er bij neergelegd, mijn toenmalige man ook, zei hij altijd.
Op een dag kwam hij met een puppy aan, in een doos met een strik er om.
Ik maakte hem open en daar was tie dan, ik schoot er vol van, zo’n schatje.
We hebben hem Koos genoemd, het was zo’n miniteckel, slim beestje”.
“Koos heb ik nog steeds, tis mijn trouwe kameraad, neen die man is weg.
Naar een andere vrouw, heeft hij nu vier kinderen bij, dus hét lag aan mij.
Hij kon zich er blijkbaar toch niet bij neerleggen, zij schijnbaar erg snel”.
Ik liet haar praten, ze had het overduidelijk nodig. Zo te merken was ik de uitverkorene waar deze getormenteerde vrouw dit leed mee wilde delen.
“Ja ik zag dat rek en moest kijken, gedachtes vliegen dan door mijn hoofd, tis zoals het is meneer”. Ze slikte. Als troost keek ik haar begrijpend aan.
Ze glimlachte meewarig, nam afscheid en verdween in de mensenmassa.
Tekst: Mink Out. Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

