Overslaan en naar de inhoud gaan

Mijn stad.                            Minks wekelijkse column 9-9-2020

Mijn stad.                            Minks wekelijkse column 9-9-2020

 

Tijdens mijn jeugd heb ik bijna alle ‘prachtwijken’ van mijn stad Den Haag bewoond, Den Ouden Neel was wat onrustig zeg maar.

Na mijn vleugels te hebben uitgeslagen heb ik er nog twee   kanspareltjes aan vast geregen, zijnde Transvaal en het Kortenbosch. In de laatstgenoemde wijk hou ik alweer zo’n dikke 35 jaar domicilie.

Je kan dus wel stellen dat ik deze stad aardig heb leren kennen.

 

Mensen vluchten uit mijn stad naar nieuwe omgevingen waarvan ze denken dat het beter zou zijn en wellicht is dat ook zo.

Laatst tijdens het wachten bij Toko Sien sprak ik een man van Marokkaanse komaf. Hij was een jaar of vijfendertig en blij niet meer in de Schilderswijk te wonen maar in Leidschenveen.

Meer ruimte en minder criminaliteit. Beter voor de kids, wel was er nog steeds een soort van trots in deze wijk gewoond te hebben.

Of ik mezelf hoorde praten, vind het ook altijd prachtig om in mijn platste Haags te zeggen dat ik ooit een Schilderswijker was maar ben, net als mijn gesprekspartner, ook niet rouwig dat ik er ooit weg ging.

 

Ja, mijn stad, was ik wat jaren geleden verbaast dat de ‘men’ met een flesje water over straat liep, lopen ze nu met reuzenspeakers onder de arm, zodat we allemaal mee mogen genieten van hun exquise muzieksmaak en dat bij voorkeur midden in de nacht, tis ff wennen.

 

En als je dan wel een kleine piemel hebt en geen geld voor een grote auto, dan koop je gewoon van die bruluitlaten onder je babyautootje.

Zo fijn om deelgenoot te mogen zijn van hun Max Verstappendroom.

Zou het voor geen geld willen missen:-/ en zij blijkbaar ook niet, want het lijkt me goed voor een forse geldboete met administratiekosten.

 

Mijn stad, latex handschoenen en mondkapjes in plantsoenen.

Met hun lippen aan ballonnen lurkende lijpen die denken te begrijpen.

Zwervers met hasjlucht in parken, bedelaars bij winkels en terrassen. Grofvuil bij afvalbak of zo maar op hoeken, ondanks dat blijft het toch mijn stad en zal ik never nooit wat anders zoeken!!!

 

-Binnenkort een wat positievere ‘mijn stad’ column-  

 

Tekst: Mink Out.        Binnenkort de bundel.

1924 The Beggar of Prachatice. Conrad Felixmüller.

Goed voorbeeld?                 Minks wekelijkse column 6-5-2026.

Goed voorbeeld?                 Minks wekelijkse column 6-5-2026.

 

Nu ik wat ruimer in m’n tijd zit hou ik me (nóg) meer met de sociale media bezig. Je kunt gerust van een verslaving spreken.

Probeer het te onderdrukken, maar das zo makkelijk nog niet.

Nou wil ik het in dit stukje niet zozeer over mijn ‘problemen’ hebben, maar gewoon lekker over de problemen van al die anderen.

Zeg maar even de problemen die ze zelf niet of nauwelijks doorhebben dan.

 

Ik ga het vandaag eens fijn hebben over de vreselijke snobistische wijze van het uiterlijk vertoon, zeg maar ff het zo van kijk mij eens even goed zijn.

Dat ogen-uitsteek-gedrag met wat ze allemaal zo’n beetje bezitten en kunnen.

Natuurlijk weet ik wel dat in de ‘asociale’ media alles flink wordt uitvergroot, dus daar gaat dit stukje ook nog eens over: het uitvergroten zo te zeggen.

Kijk veel van ons zetten zichzelf regelmatig in de etalage van Facebook of zo.

Van die drang tot deze exhibitionistische zelfverheerlijking ben ik zelf ook niet gevrijwaard, hoewel ik de mijne toch van een zeer onschuldige aard acht.

Neen het gaat hier over mensen die hun enorme rijkdom aan de wereld tonen als zijnde kijk eens hoe goed ik ben. Laatst een tot in de puntjes verzorgde influencer, ze stapt een deur uit en telt een bundel bankbiljetten af, waarna ze als blaadjes van een boom op straat vallen, zo van pak ze maar sloebers.

 

Of een paar van die kwaad kijkende, uitgebluste Arabieren die met hun Guggi-vrouwen in een restaurant een gigantische hoeveelheid eten voor zich hebben. Was genoeg voor een school vol kinderen uit Gaza, Libanon of wellicht Iran. Zij waren maar met z’n vieren en aten er amper van. Ze genoten wel, maar dat was omdat ze de aandacht kregen waarvoor ze kwamen, gekochte aandacht.

Zo zijn er zat voorbeelden: 15 laags chocoladetaart, een tafel breed dessert, een satéschotel van 6 meter. Het gaat niet op, maar het staat wel erg goed.

En natuurlijk breed uitgemeten op de sociale media, kijk mij eens goed zijn.

Ik kan nog wel 100 voorbeelden noemen, maar heb mijn punt wel gemaakt toch.

Waarom ze het doen? De zucht naar erkenning en de verachting van anderen?

We zien het steeds vaker, ik ben de beste en die ander interesseert me niets.

 

Het is een nare eigenschap en heeft bijzonder weinig met respect te maken.

En met die sociale media krijgt de gewone mens het pardoes op z’n bord, dus

ook kinderen/jongeren die aan een lege pan hangen. Velen van hen willen ook weelde en hebben daar zat voor over. Goed voorbeeld doet goed volgen:-(

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1644 Pronkstuk. Adriaen van Utrecht.

Doorstromen. 

Doorstromen.                      Minks wekelijkse column 29-4-2026

Eén keer in de 14 dagen gaan we een potje biljarten, mijn vriend en ik, dan komen de willens en wetens van onlangs aan bod.

De openingszin, van wie hem als eerste uit: “Heb jij nog dooie?” Soms 1 of 2, en zo af en toe zijn er geen gevallenen te melden.

Eén ding is zeker, de kraan is wel al langzaam en gestaag aan het druppelen.

Tis net een soort van regenbui, u herkent het wellicht, zo’n bui die je toch nog overvalt. Je wist sowieso dat hij zou komen, maar niet precies wanneer.

Je zit relaxt in de tuin en plots valt er één grote druppel, je hoort hem op de bankirai-houten vlonder te pletter slaan, een natte plek markeert zijn positie.

Voordat je o, o gedacht hebt is daar een tweede plop, een derde en vierde. Daarna loopt het geluid razendsnel op tot een oorverdovend roffelen en is je verschoten lichtgrijze vloertje veranderd in een somber donkerbruin plankier.

Zo snel als het begon stopt het ook weer, alleen het nat en een doordringende houtlucht blijven. De paniekerige emotie komt misschien niet voort uit het door de bui overvallen te zijn, maar meer door de impact van het geluid.

Daarna wordt het stil, doodstil en boven aan die kraan bungelt de laatste druppel die zich, door viscositeit gedreven, angstvallig verzet tegen de val.

Wie die laatste is weet ik niet, hoogstwaarschijnlijk een leeftijdsgenoot of misschien ben ík het wel die de twijfelachtige eer toekomt de laatste te zijn.

Wie het ook zij, eens valt ook díe kraanklever en is een hele generatie klaar.

Nou zult u denken wat een somber verhaal, gedeeltelijk klopt dat ook wel, naarmate mijn leeftijd stijgt sta ik steeds meer stil bij dit fenomeen.

Niet zo heel erg vreemd met al die vallende druppels om me heen toch.

De vrolijke kant aan dit verhaal is dat er ruimte komt voor vers bloed, jongere mensen met dezelfde dromen, angsten, ideeën en geneugten als wij.

Types die ook kinderen krijgen en hypotheken afsluiten om droog te zitten.

Gewoon mensen die ook dingen gaan doen en hopelijk net zo veel mazzel als wij hebben met het niet verstrikt raken in een oorlog of gelijksoortige ellende.

 

Neen tis een repeterend proces, al duizenden jaren hetzelfde, voor de eenling vaak een bitter afscheid, maar voor het op peil houden van de soort een must. Liefst blijft men nog veel langer, maar er komt alweer een flinke regenbui aan.

Hoe hard het ook mag klinken, het moet gewoon wel een beetje doorstromen.    

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

1875 L’Yerres, Effet de Pluie (The Yerres, Effect of Rain). Gustave Caillebotte.

 

Voortekenen. 

Voortekenen. 

 

Onlangs een paar dagen naar Brussel geweest. De echte aanleiding van deze niet voor de hand liggende stadskeuze was het dorp ‘Onze-Lieve-Vrouw-Waver’, dat op de route lag.

Daar is een oude meisjesschool die ik erg graag wilde bezoeken. Neen, ik ging niet voor die meisjes, maar voor het prachtige jugendstilpand waarvan ik foto’s had gezien. Tis tegenwoordig trouwens een gemengde school.

Toen ik het hotel in Brussel reeds geboekt had bleek dat de school maar enkele dagen per maand te bezoeken was omdat men er nog steeds les gaf.

Dat was even een misser, dus plande ik een ander bezoek in en zou dan op de geboekte dag met de motor een mooi, niet onoverbrugbaar retourtje maken.

 

Het ondenkbare gebeurde, mijn ‘Black Beauty’ haperde, op onverklaarbare wijze functioneerde de koppeling niet meer, dus was er een flink probleem.

De onderste steen moest boven, dus de reparatie liet even op zich wachten.

De OLV Waver datum naderde, dus kwam er vervangend vervoer, en wat voor.

Er stond plots een BMW 1300 GS Adventure van zo’n slordige 30 k voor.

Zal u niet technisch vermoeien, maar dit is er 1 om je vingers mee af te likken. Gewoon next level. Hij verstelt hoogtes, de snelheid van je voorganger houdt hij aan, cruise control, een supercomputer, kortom een (natte) mannendroom.

 

Het was geregeld, dinsdag zou mijn ‘kind-in-een-snoepwinkel-rit’ plaatsvinden.

Check de avond ervoor het ticket, mmm woensdag, kleine vergissing van me.

Afspraken met veel gedoe kunnen verzetten, dus kon de rit op woensdag.

De avond ervoor sprokkelde ik, vrolijk hummend, mijn spullen bij elkaar.

Het weerbericht beloofde geen wolkje aan de lucht, dit zou een feest worden. Nog ff slapen. Telefoon-wekkertje en de elektrische onderdeken aan, wat kon er nog mis gaan. Nou, een heel essentieel iets dus. De mobiel was gloeiendheet met een bericht dat hij af moest koelen alvorens gebruikt te kunnen worden.

Ook gaf de batterij 10 % aan, terwijl hij al de hele avond in de lader stond.

De navigatie zit in mijn mobiel, zonder dat is zo’n motorrit kommer en kwel.

Nog een naarstige poging gedaan om de navigatie van een vriend te lenen, maar dat wordt te veel gedoe met het aansluiten en bevestigen van zo’n apparaat.

Mijn autistische twijfel zou een donkere schaduw over deze rit gaan werpen.

Ontgoocheld hak ik de knoop door en besluit niet te gaan, er zit teveel tegen.

De teleurstelling is groot, maar na wat sippe momenten daalt een serene rust op me neer, tis goed. Met zo’n reeks slechte voortekenen wellicht ook beter.

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 


1880 Caesar at the Rubicon. Wilhelm Trubner, German (1851 – 1917).

Goede baan.  

Goede baan.                           Minks wekelijkse column 15-4-2026

 

Ja met school ging het toentertijd niet zo goed. Niet dat hij dom was of zo, maar hij had gewoon geen zin in al dat leergedoe.

Hij maakte thuis wel veel uren, dat wil zeggen slapend in zijn bed of achter de spelcomputer. Regelmatig slungelde hij naar de huiskamer met als tussenstop de koelkast om zijn eeuwige honger te stillen.

Met een stapel etenswaar plofte hij dan neer op de bank en nam bezit van de afstandsbediening, veelal beëindigd door een preek van zijn vader en moeder.

U kent dat wel, de geijkte uitspraken dat het hier geen hotel was en dat hij een andere studie moest gaan volgen of werken. Zoals nu kon het niet verder.

Met zijn ruige haardos en gedachten danig in de war keek hij ze dan verbaasd aan en trok zich, zonder één kwaad woord, lusteloos terug op zijn slaapkamer, alwaar hij wéér troost en rust vond in zijn bed of vertier zocht in het gamen.

 

Na een half jaar zeuren en soebatten van zijn ouders reageerde hij op een baan bij Defensie, ze zaten daar te zweten om mensen, hij moest toch wat.

Aannemen zouden ze hem toch niet, dat wist hij wel zeker, totdat er plots een bericht was dat hij kon komen praten over een baan bij het leger.

Nou, ze zochten mensen die goed waren met een joystick en na een test die hij uiteraard glansrijk aflegde kon hij beginnen. Eerst de basisopleiding als soldaat en daarna een specialistenopleiding als droneoperator/dronepiloot.

Hij begon meteen goed te verdienen en na de opleidingen nog veel beter.

Op zijn afdeling stond hij al snel bekend als the wizard, zo behendig was hij met het pientere pookje om de drones te besturen, hij had er plezier in.

Het ging hem voor de wind, hij nam een leuke vrouw en dito kinderen en een ruim huis in 1 van de 5 gemeentes die Rob Jetten aan Nederland had beloofd.  

 

Nou zijn drones mooie dingen, je kunt er vakantiefilmpjes mee maken, pakjes mee bezorgen, ramen zemen, branden blussen, observeren, maar ook vechten.

En dat was precies wat hem gebeurde, de vlam sloeg in de pan en hij moest.

Het was een soort kantoorbaan, gevaar liep hij in het geheel niet zeg maar ff.

Hij kwam sjofeltjes gekleed op het werk, knipte het scherm aan en begon te jagen op de vijand, net als thuis met een zak Dorito’s en wat blikjes Red Bull.

Een soort spelletje, maar dan in het echt. Als hij thuis kwam speelde hij met zijn kinderen in de tuin, terwijl hij andere kinderen die luxe zojuist voor altijd ontnomen had. Maar het moest gebeuren, als hij het niet deed, dan was er wel een ander. Je moest er maar niet te veel bij stil staan. t’ Was een goede baan.

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1912 Esbjorn Doing his Homework. Carl Larsson.

Alleen, maar niet eenzaam.

Alleen, maar niet eenzaam. Minks wekelijkse column 8-4-2026

Alles inpakken wat ik tijdens mijn lang Paasweekend nodig heb is voor een semi-autist als ik niet echt een makkelijk karweitje.

In mijn huis heeft alles zijn vaste plek, dat geeft me rust.

En nu gaat mijn systeem er aan, alles wordt ineens anders en dat brengt chaos in m’n hoofd, zoiets van kan dat allemaal nog maar goed komen.

Ook de angst dingen te vergeten doet mijn gemoedsrust zeker geen goed.

Ik ben een beetje in de pre-pensioenmodus. Dat betekent dat ik gewoon minder wil werken en nu het nog kan lekker door Europa wil toeren.

In de winter meestal met de trein wat me wonderbaarlijk goed bevalt, maar liever nog ga ik op mijn motah die de naam Black Beauty, en mij, draagt.

Het werd Brussel en vraag me niet waarom, maar ik moest toch iets kiezen.

Nou ga ik altijd wel alleen op vakantie en dat daarbij de eenzaamheid zo af en toe de kop opsteekt hoort er, in een melancholieke bui, nou eenmaal bij.

Alleen was deze keer het risico op een diepere eenzaamheid toch wat groter.

Niet alleen werd het Pasen, maar als het een beetje meezat zou ik op den vijfden april 2026, 1e Paasdag dus, ook mijn 69e levensjaar aantikken.

Ik zou het wel zien. Om de melancholie zo min mogelijk een kans te geven had ik een best luxueus hotel met zwembad en uitzicht, dat scheelt een jas.

Had ooit een vies kamertje met ‘uitzicht’ op een mistroostig binnenplaatsje.

Als zure kers op deze schraal gedecoreerde taart was het raam voorzien van dikke tralies. Wellicht geplaatst nadat een eerdere ‘gast’ zijn melancholie niet meer kon beteugelen en had getracht weg te vliegen uit dit varkenskot.

Het Brussels weer zat tegen, een druilerig begin beloofde weinig goeds. Terwijl ik in slaap probeerde te komen gaf een harde wind de 22 verdiepingen hotelgevel er flink van langs. Op de gevel prijkte een reusachtige afbeelding van de schilder Magritte: man met bolhoed en appel (Le Fils de l’homme 1964).

De dag erna scheen de zon volop en was de Magritte-hoed niet afgewaaid.

Dus goede voortekenen, het Paasweekend was om door een ringetje te halen. Aardige mensen die Brusselaars, mooie musea, zalig eten en een goed hotel.

De laatste dag komt er, speciaal voor mijn verjaardag, nog een vriend langs voor een gezamenlijk drankje en hapje, das echt een hele toffe actie.

Ff er uit verfrist de geest, maar thuiskomen bij Tijgah en het terugleggen van de spulletjes op hun vaste plek laat deze semi-autist weer kalm landen.

Kortom: ik heb enorm genoten, was regelmatig alleen, maar niet eenzaam.

   

Tekst: Mink Out.                          Bundel verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

 

1909-10 Moonlit. Marianne von Werefkin.

Kritiek. 

Kritiek.                                 Minks wekelijkse column 1 april 2026

In de begintijd van mijn café draaiden er meestal anderen de muziek op party’s, ik had daar gewoonweg geen tijd voor.

Toen ik op een zekere avond een poging kon wagen was er iemand die me vertelde dat mijn muziekkeuze nergens op sloeg.

Ik had al jaren disco gedraaid, altijd goed, misschien te lang er uit of zo.

Op een goed moment kreeg ik weer de tijd om de hand aan de draaitafels te slaan en dat tot ieders, nou ja er zijn altijd wel beterweters, tevredenheid.

Blij dat ik me niet uit het veld heb laten slaan. Ben nu al 20 jaar DJ Leesbril zonder privéjet, maar met een hoop plezier en het is goed voor het winkeltje.

Er staat me een verhaal bij van Annie MG Schmidt, ook over kritiek.

Dat ik niet meer weet om wat voor specifieks het ging of de naam van de man in kwestie moet u mij maar niet kwalijk nemen, maar het gaat er om dat een vooraanstaand schrijver haar verteld had om met een bepaalde schrijfwijze te stoppen omdat dat nergens op leek. Ze stopte en kreeg jaren later spijt dat ze zich had laten ontmoedigen, door een betweter met ook een mening.

Nou weet u dat ik dit soort wangedrochtige stukjes schrijf. Wat, u bent er toevallig 1 aan het lezen. Ik doe dat graag: dat verzinnen en puzzelen met woorden. Beleef er al jarenlang veel plezier aan en ik hoop anderen ook.

Heb zelfs een mooie prijs gewonnen, waardoor mijn verhaal in een paar miljoen Metrokrantjes afgedrukt stond. OK tis alweer 10 jaar geleden, maar toch.

Zo zijn er ook nog 2 bundels uitgebracht onder de naam “De kunst van het kijken” de eerste zelfs met een tweede druk. Ja uhhhhh de verkoop van deel 2 verloopt wat stroef, maar dat gaat vanzelf goed komen…..toch?

Natuurlijk zijn er in mijn “schrijverscarrière” ook wel eens mensen die zo nodig hun afslacht-mening over het niveau van mijn verhalen moeten geven.

1 keer op een bomvol terras, dat voelde toch wel héél erg onder de gordel.

Kijk, ik wil voor de oefening elke week een stukje schrijven en dan heb je wel eens een minder verhaaltje. Dat komt dan door een tekort aan inspiratie. Maar ja, appelen in een boom zijn ook niet allemaal even blakend, er zitten ook minderen tussen, gebruiken we die voor de appelmoes, ook best lekker.

Laatst tussen neus en lippen weer wat afbraak-kritiek over mijn schrijven.

Als je het niks vindt is dat best, maar het expliciete knaagt aan mijn plezier.

Waarom een vrolijk stromende rivier dempen, je hoeft er niet in te zwemmen. Nobelprijs voor de literatuur zit er niet in, maar ik blijf proberen, dus ik ben.  

    

Tekst: Mink Out.                              Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

Ca. 1666-67 Man writing a letter. Gabriël Metsu.

Sprankelend zwart-wit.

Sprankelend zwart-wit.       Minks wekelijkse column 25-3-2026

 

Toen ik ongeveer 6 was kwam ik mijn allereerste landloper tegen. Hij was vriendelijk, grappig en nooit dronken, maar ondanks dit goed gedrag zat de veldwachter hem veelvuldig op de hielen.

Zo af en toe hielp hij de huishoudster van de burgemeester, het was een landloper/zwerver naar mijn hart, daar kon je er wel 10 van hebben.

De ouderen herkennen Swiebertje. Bovenstaande zwerver was de jeugdheld van velen in een tijd dat er maar 1 net (zender) was in sprankelend zwart-wit.

 

Als ik met enige regelmaat bij Appie en/of Dirk mijn broodnodig voedsel en andere verleidingen insla, staan daar ook landlopers voor de deur, in deze

voorbeeldige op eierenlooptijd, uit loos respect, ook wel daklozen genoemd.

Ze zitten daar in allerlei hoedanigheden: slapend, voorover geknield met hun hoofd op de grond en een koffiebeker voor zich om uw aalmoes te verkrijgen.

Dan hebben we ook nog de muzikantentak, een soort van troubadourachtigen. Mijn voorkeur hebben de slapende die over hun gitaar hangen, lekker rustig.

Er zijn er ook die je aanklampen met een rotsmoes van wat een mooie motor heeft u, nou dan weet ik het al, die wil geld, das geen groot probleem, hun hand is snel gevuld, maar eenmaal gegeven hang je dran, ze claimen je gewoon.

Wanneer je aankomt gaan ze ook nog amicaal doen, ze dringen zich op, zodat je je bijna bedreigd voelt en dan gaat het verdomd veel op afpersing lijken.

 

Vaak zijn ze ‘gewoon’ dronken, maar ik bespeur ook zwaardere gevallen.

Woon-werk-technisch zijn ze erg slim, als ze voor de deur van de buurtsuper een biertje bij elkaar gebietst hebben kunnen ze het meteen binnen halen.

Tijdens het nuttigen van dát biertje biets je meteen de volgende bij elkaar en zo spiraal je een uiterst miserabele dag door zonder dat je er echt bij bent.

Wat moet je er in godsnaam mee, het zijn natuurlijk veelal probleemgevallen.

Op de hoek van de Nobelstaat is het Straatconsulaat, daar proberen ze de daklozen wat menselijkheid mee te geven met een gratis bakkie koffie.

Vind ik wel een tof initiatief, mooie mensen die zich hiervoor inzetten.

Je kon er laatst stemmen, heb meteen wat gegeven voor het bakkiesbord,

als jij dan koffie neemt kan je voor een ander ook een bakkie reserveren.

Kon wel uitsluitend per pin betalen, maar dat begrijp ik dan ook wel weer, daklozen en contant geld dat is de kat op het spek binden lijkt me zo.

Neen, de tijd van Swiebertje is voorbij. Niks romantiek. De zwerver blijft in de goot, zijn eigen schuld! Of is dat wellicht een té sprankelend zwart-wit.

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1869 The ragpicker. Éduard Manet.

Koffieapparaten en exen.

Koffieapparaten en exen.      Minks wekelijkse column 18-3-2026

 

In het café heb ik een koffieapparaat, niet zo’n grote, maar wel een volautomatische, je kan dan andere dingen doen terwijl zij de koffie zet, dat is reuze makkelijk en tijdbesparend.

Ze maakt van espresso tot cappuccino en kookt zelfs theewater.

In den beginne was ik er maar wat blij mee, er was geen neen te koop, net een beetje als dat je een nieuwe vriendin hebt, alles kan, jij vraagt en wij draaien.

Meestal draaide dat na een aantal jaren uit op een tragisch uit elkander gaan.

Met zo’n vriendin dan. Uiteraard lag het aan mij, das zo klaar als een kluntske.

 

Dat koffieapparaat doet me dus vaak denken aan een aantal van mijn exen.

Wanneer ik het bij binnenkomst zie staan loopt het water me in mijn mond.

Ok, eerst aanzetten en dan geduldig wachten tot ze er aan toe is.

“Water bijvullen”, zegt dan het lichtkrantje, hetgeen ik, met de beloning in mijn achterhoofd, naarstig doe. Ik zet het kopje onder de uitloop en krijg een nieuwe boodschap via de lichtkrant: “Lekbak legen”. Ook dat doe ik zonder morren. Dan ook maar meteen ff de koffieprut er uit en het bakje spoelen.

Dat dominante toontje alleen al. Tis een Duits apparaat, wellicht is dat het.

Na al deze handelingen kan ik dan toch eindelijk mijn papillen verwennen met de goddelijke nectar die koffie heet, drink heel wat bakkies pleur per dag.

 

Begrijpt u mij alstublieft niet verkeerd als ware dit een antivrouwen stukje.

Ik kom er gewoon niet onderuit dat ik bij de handelingen, door het apparaat verplicht opgedrongen, steeds de ingeving krijg: het lijkt wel een ex.

Dat verzin ik niet, dit plopt als een paddenstoel in het bos vanzelf in me op.

Ik denk ja en nu lekker een bakkie, en weer een opdracht: over 10 koppen koffie machine reinigen! Ook weer zo’n slepend iets, en gewoon doen hé!

Doe de pil erin, druk op start, zet een bakje onder de uitloop druk op start.

Dat gedaan hebbende komt er weer een nieuwe order: Calc’n clean binnen 20 kopjes. Weer een hele serie handelingen, maar als je niet doet wat ze zegt krijg je niks. O ja, of je ook meteen het bonenreservoir nog ff bij wil vullen.

Tis altijd wat met dat apparaat, lekkere koffie, maar het komt met een prijs. Jij, je tong uit je bek, denkt dit wordt een mooi feestje en zij zegt: “neen, eerst nog even dit, anders gaat de pret lekker niet door” gewoon chantage!

Op de meest perfecte momenten heeft ze telkens wel weer wat te zeuren.

Voordat een ex zichzelf de twijfelachtige eer toekent dat ik haar bedoel, heb geen bang, jij bent het niet. Het is satire over koffieapparaten en exen;-)        

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1885 De aardappeleters. Vincent van Gogh.

Kunstenmakers.   

Kunstenmakers           Minks wekelijkse column 11-3-2026

 

Kijk, dat die Vincent van Gogh tot op de dag van zijn “zelfverkozen” dood slechts 1 schilderij verkocht is jammert.

Het is een schilderij uit 1890: De Rode wijngaard bij Arles.

De domineeszoon was enorm productief en schilderde soms zo snel dat op de achterkant van lijsten nog verf zit van het vorige schilderij.

Dat wil dus zeggen dat hij soms wel twee canvassen per dag vol ‘klodderde’.

Bij leven en ‘welzijn’ maakte de rode Hollander zo’n slordige 900 schilderijen.

En er dan 1 verkopen, das raar. Was men wellicht nog niet toe aan zijn kunst?

Zijn schilderijen hadden zo maar bij het grootvuil kunnen belanden, maar daar stak de weduwe van Vincents broer Theo, Jo Bongers, een stokje voor.

 

Zij was degene die in Vincents schilderkunst geloofde en deze promootte.

Ze borduurde voort op de summiere bekendheid die Vincent voor zijn dood ten deel gevallen was en had connecties in de kunstwereld van toentertijd.

De broertjes van Gogh werkten immers bij Coupil en Cie (de internationale kunsthandel van oom Vincent). Theo wel veel langer dan draaikont Vincent.

En zo zette Jo Bongers de opmars van deze opmerkelijke schilder voort.

Het is hoe dingen bij elkaar komen. Er was natuurlijk het smeuïge verhaal van het afgesneden oor, Vincents mentale gesteldheid, zijn verblijf in het gekkenhuis en last but not least zijn hoogstwaarschijnlijke zelfmoord.

Ook van groot belang waren natuurlijk zijn vernieuwende, kleurrijke werken.

Een raak staaltje van Expressionisme, zeg maar ff: hoe je je van binnen voelt. Dat laat je zien door de manier van schilderen. Zoals de Schreeuw van Munch.

 

En dan gaat het balletje rollen. Onder andere mevrouw Kröller-Müller, u kent haar museum op de Veluwe wellicht, koopt er een paar en dan gaat het hard.

Dus nogmaals, voor hetzelfde geld gebeurt er niets en hadden we Van Gogh nooit gekend, maar door de goede omstandigheden, mensen en contacten, werd het een succes, er zijn hier gewoon wat kunstenmakers bezig geweest.

Zo had je in Parijs Gertrude Stein die moderne kunst (h)erkende en kocht.

Wanneer haar kennersoog op je viel, ging het je meestal wel voor de wind.

Ze zette Picasso, Matisse, Cézanne, Cris en Bonnard op de kaart of ze gaf hen een flink duwtje in de goede richting. Zelf was ze schrijfster en deed verbluffende pogingen om kubistisch te dichten: A rose is a rose is a rose.

Misschien kent u het. Kortom het waren allemaal best wel kunstenmakers.

*Beetje een lesje kunstgeschiedenis geworden, ook weleens interessant toch?

 

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

 

 

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              1888 The Red Vineyard / Red Vineyard at Arles. Vincent van Gogh.

Energie. 

Energie.                                        Minks wekelijkse column 4-3-2026

 

Kijk laten we eerlijk zijn, die Trump en Netanyahu zijn natuurlijk geen lieverdjes. Wat ze nu weer flikken in Iran, ik weet het niet.

Enerzijds is het volgens hen nu dé kans om die ayatollahs voor eens en altijd weg te krijgen met als 2e visie dat Trump op deze manier China op achterstand houdt, nu hij de oliekraan dicht kan draaien.

China betrok voor kort het leeuwendeel van zijn olie uit Venezuela en Iran.

Ik hoorde iemand in een serieus programma zeggen dat dit een geniale zet is.

Internationaal rechtelijk is het wel hartstikke verboden die invallen.

Nou ja, zelfs onze regering weet niet hoe ze op deze ontwikkelingen moet reageren en ik vorm ook maar een mening, je weet er gewoon het fijne niet van. Wat ik wel weet is dat de energiekosten weer de pan uit gaan rijzen als het oorlogvoeren te lang gaat duren daar in dat Midden-Oosten.

 

Bovenstaande macro uitleg is een inleiding voor mijn microverhaal hieronder.

De laatste keer met die schofterige energieprijzen hebben mijn buurman en ik er alles aan gedaan, Eneco eruit geflikkerd en een beter contract genomen.

Thuis en in het café ingegrepen. In ‘t café was het het zetje dat ik nodig had om drie dagen per week te sluiten en meer van mijn ‘prepensioen’ te genieten.

De hele dag de verwarming uit en met 1 klant de vraag of de kachel aan kon. Mijn wedervraag: “heb je geen vest bij je?” Grote zaak, erg hoge stookkosten.

Thuis ging de verwarming, bij het weggaan, op 14 graden. Bij terugkomst lag Tijgah nog springlevend te slapen dus leek de koude kermis hem niet te deren.

In de nacht zette ik alle radiatoren, behalve die in mijn slaapkamer heel laag, maar dat werkte slecht. Doordat de thermostaat in de huiskamer zat bleef de verwarming doorloeien, op de 1 of andere manier ook niet goed.

 

Nu heb ik een klein elektrisch bouwkacheltje van 1000 watt. Voor een uur dat ding aan kost slechts een kwartje (voor de jongeren onder ons 25 ‘euro’ cent).

Ik verblijf dus in 1 warme kamer voor weinig, zoals ooit bij Den Ouden Neel (mijn moeder zaliger) thuis, als zwartkijkers kijkend naar de zwart-wit TV. Slechts enkel oorlogsglas scheidde het gure buiten van ons gezellig binnen.

1 kamer met een godsgloeiende kolenkachel, vlak ervoor een loenzende warmte absorberende kat, een houten rekje sokken en onderbroeken daar omheen, en dan wij weer met z’n allen er achter. Wisselend TV-wit en oranje kolengloed bescheen onze tevreden gezichten. Alleen bij keuken en toiletbezoek wel de kamerdeur sluiten, anders stak de amok de kop op en dat kostte veel energie.

   

Tekst: Mink Out.                          Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

 

1915 Woman seated in front of a fireplace. Amedeo Modigliani.