Overslaan en naar de inhoud gaan

Auteur: Mink Out

Gezellig avondje.                 Minks wekelijkse column 25-10-2023

Gezellig avondje.                 Minks wekelijkse column 25-10-2023

De stamgasten van café Het Afdak waren politiemensen en journalisten die hier in de Haagse binnenstad werkten.

Vrijdagavond was de vaste kaartavond. Hun kokette vrouwen spraken over mode, make-up en de nieuwe 12 kanaals kleuren TV.

Om lastige klanten te weren had kroegbaas Pim Snoep een knopje waarmee hij de deur kon openen. Ongure types kwamen er niet in, een goed systeem.

Tot op deze avond. De deur zat blijkbaar niet zo goed in het slot als gedacht.

Een grote man, wiens voorkomen overduidelijk niet voldeed aan de eisen om een druk op de knop aan te wagen, was plots binnen. “Bier”, brulde hij en liet zich lomp en opvallend dicht bij de kokette Katinka’s, op een barkruk vallen.

“We gaan over een half uur dicht”, sprak Pim koel, terwijl hij vol bravoure een biertje voor de verstekeling neerzette.

De vreemdeling was duidelijk op vrijersvoeten en sprak de dames aan.

Zijn taalgebruik was grof en ‘meneer’ werd regelmatig handtastelijk.

Vooralsnog konden de vrouwen zich afdoende weren, maar dit moest mis gaan.

De spanning was te snijden. De kaarters hielden hun vrouwen en de bully in de gaten, terwijl Pim met sussende grimassen de vrede probeerde te bewaren.

“Ff zeiken” sprak Don Juan terwijl hij langs de kaarttafel naar de wc zwalkte.

Hij liet de deur wijd open staan. Joop, een van de kaarters zat het dichts bij. Tussen het gekletter door keek deze om en gaf de deur een sluitende zwiep.

“Hij heeft nog een kleintje ook” sprak Joop luid met zijn opvallende piepstem.

“Wie zei dat?” schreeuwde manneke Pis toen hij furieus het toilet uitkwam.

Het bleef stil, totdat hij een van de dienders hardhandig beetpakte.

Genoeg was genoeg, binnen vijf tellen was de reus gevloerd en lag hij onder de politiemacht. Hij kon geen kant op. Joop hing boven zijn gezicht en draaide de reuzenneus venijnig tussen duim en wijsvinger heen en weer. Bij elke draai herhaalde hij piepstemmerig irritant: “En wie was hier nou zo vervelend?”.

Onder dekking van het duister hebben ze hem, niet zachtzinnig, met zijn hoofd tegen de lantarenpaal voor de deur aangelegd. Hij sliep als een roosje.

Een belletje naar het bureau was genoeg om het vuilnis op te laten halen.

Een paar dagen later kreeg Pim Snoep bezoek van de Manneke Pis familie.

Voor geleden schade moest er een soort van vergoeding betaald worden.

Het was een beruchte Haagse familie die je niet als vijand nodig had.

Pim heeft ze een vuurtoren (250 gulden) gegeven en daarmee was de kous af.

  

Tekst: Mink Out. Binnenkort wellicht de nieuwe bundel: www.conckshop.nl

1857 Arguing card players in a tavern. Herman Frederik Carel ten Kate 1822 – The Hague – 1891

 

Bezit.                                   Minks wekelijkse column 18-10-2023

Bezit.                                   Minks wekelijkse column 18-10-2023

Ik denk dat jullie niet ontsnapt zijn aan mijn euforische bekendmaking over de aanschaf van mijn ultieme droommotor.

Nog een paar nachtjes kwijlend met mijn duim in de mond onrustig slapen en het is zover. Ik ben er enorm blij mee.

Ondanks mijn wijze lijfspreuk: “niet het bezit maar het vruchtgebruik telt”, ben ik er nu toch ingetrapt. Bezit was de enige mogelijkheid om op deze BMW motor, alias de Soepblikkenboxer, regelmatig te kunnen berijden.

De aflevering kon pas over 12 dagen plaatsvinden, te druk in de werkplaats.

Niet echt blij mee, maar in tegenstelling tot een kind, dat aankoerst op het Sinterklaasfeest, ben ik een “wijze” oudere man die beheerst zal wachten.

Er moest, verzekerings- en kentekentechnisch, nog wel een hoop gebeuren, alvorens ik de eerste maagdelijke kilometers af kon leggen.

Neen, trouwen was nooit iets voor mij, maar om van deze nieuwe vriendin te kunnen genieten waren er qua eisen en handtekeningen niet veel verschillen.

Eerst de verzekering. Een nieuw certificaat van het alarm moest er komen. Ook eisten ze een slot ‘ART 5’. Nooit van gehoord, maar de dief schijnt zich, bij het ontdekken van deze beveiliging, huilend en spartelend van onmacht ter aarde te storten. Dan moest er ook maar meteen een ART 4 remschijfslot bij.

Per slot;-) van rekening wil je zo’n motor toch ook niet gelijk weer kwijtraken.

Door al deze antidiefstalmaatregelen werd ik wel een ietwat onrustig.

De verantwoording, die plots op mijn schouder ruste, drukte de pret.  

Nou ben ik al niet zo’n held in relaties. Wat als iemand mijn grote glimmende liefde plots zou kapen. Ik voelde een teneinde-raadje opkomen.  

De verlatingsangst joeg mijn bindingsangst naar ongekende hoogten, maar bedwelmd door het hevig vuur der liefde, had ik mijn jawoord al gegeven.

Ik kon onmogelijk terug, daar was het al te laat voor. Ik hing er zogezegd aan.

Ja, dan heb je ineens bezit, en dan ook nog iets dat je niet graag kwijtraakt.

De slapeloze nachten zullen niet van de lucht zijn. Ontelbare schapenwolkjes trekken gestaag en arrogant voorbij zonder dat ik de slaap zal vatten.

Nou ja, die donkere kant van mij kan ik maar beter niet te veel belichten.

Ik sta, ondanks de onrust, nog steeds achter mijn enorm besluit om tegen een hoge prijs, weer een relatie aan te gaan, noem het dan maar geen bezit.

Bezit in een verbintenis is geen goede basis, ik ga zo lang als mogelijk voor het genot, want genot vind ik, hoe dan ook, wel het ultieme bezit.

Tekst: Mink Out.                            Bundel verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

S.d. The Lady of tha House. William Henry Margetson (British 1861-1940).

 

Jacobpienie.               Minks wekelijkse column 11-10-2023

Jacobpienie.               Minks wekelijkse column 11-10-2023

Jacob was lange tijd geleden mijn vierpotige huisvriend.

Zodra ik thuiskwam riep ik hem vanaf mijn Schilderwijkbalkon. Macho, wat ik in die tijd trachtte te zijn, klonk dat niet echt. Probeert u zo’n naam als Jacob maar eens stoer te annonceren. Das niet te doen. Om mijn mannelijkheid nog wat te redden hadden mijn prachtige vriendin en ik een verbastering uitgevonden, zijnde Jacobpienie.

Dat klonk ook niet top, maar wel beter, vooral wanneer je de laatste twee lettergrepen overdreven nasaal richting achtertuinen en daken schreeuwde.

Dan kwam hij op een holletje over de daken aangerend, kikke beestje.

Op een dag hing er een stukje staart aan slechts een flintertje huid. Ik trok er aan en had plots het puntje van Jacobs’ staart tussen duim en wijsvinger.

Raar, maar je moet toch verder. Zo ook Jacobpienie, dus deden we dat maar.

Na volgens bovenstaande belofte, een aantal dagen verder te hebben geleefd,

werd de staart verderop ietwat kaal en wit. Er zou toch niet nog een stuk????

Als deze cyclus zich in dit tempo voortzette, zou er niet veel meer overblijven van onze geliefde Jacobpienie. Actie was van levensbelang.

“Amputeren” sprak de dierenarts in de oude Wesselstraat. Er zit nu een Lidl.

“We doen dat op deze plek” Zijn hand als een soort van hakmes voor de witte plek zettend. “Nou ja dokter kan dat dan niet een beetje verderop. Als u daar hakt blijft er een soort van lulvormig ding achterop zijn kont staan.

Kan nou niet echt zeggen dat dat een esthetisch topstukje zal worden.

U kan toch net zo goed aan het begin van die staart hakken, zodat je een soort bokseridee krijgt, ja zo’n hond u weet wel”.

“Neen meneer Out het gaat hier niet om esthetiek maar om noodzaak.

De bloedvaten in de staart zijn afgekneld dus sterft de boel af.        

Cosmetische ingrepen zijn bij dieren niet toegestaan”. “Ja maar dokter zeg nou zelf, tis toch geen gezicht zo’n ding op zijn rug”. “Neen meneer Out!”

Bij het afhalen van onze geamputeerde Jacobpienie had hij zowaar een kont als een boxer met zo’n klein stompje achterop. “Verkeerd gemikt” sprak de dokter met een snelle knipoog, aardige kerel.

Jacobpienie deed in de dakgoot al snel weer zijn dubbele flikflak en zo.

Zelfs zonder staart ging hem dat goed af. Leuk beestje, is nog lang bij me gebleven, die prachtige vriendin overigens niet;-).

Tekst: Mink Out.        Bundel wellicht snel beschikbaar op: www.conckshop.nl

1920 Raminou Sitting on a Cloth. Suzanne Valadon (1865 – 1938).

Geloven.                              Minks wekelijkse column 4-10-2023

Geloven.                              Minks wekelijkse column 4-10-2023

Vroeger stond er in de Grote Marktstraat, onder de V&D kap, regelmatig een groep mensen het winkelend publiek te bekeren.

Enerzijds lachte ik schamper (in mijzelf). Anderzijds had ik ook wel weer respect voor hun lef en doorzettingsvermogen.

Er bleef bijna nooit iemand staan zo van hee, dat lijkt me interessant.

De meeste mensen stiefelden door om een dreigende privépreek te ontlopen.

Te vuur en te zwaard werd het woord Gods verkondigd. E.e.a. aangevuld door foldertjes met lokkende teksten, zoals: en toch kan God u helpen. 

De leider was een 50er die Bijbelteksten net zo gemeend uitsprak als een ouderling zijn vloeken, wanneer deze net vernomen heeft dat zijn jongste dochter zwanger is geraakt van een buitenstaander.

De groep leek naar mijn idee op Romeins keizerrijkje met een bak vol intriges.

Ineens waren er ook twee rivaliserende groepen, die de passanten probeerden te overtuigen dat de God die zij brachten beter was dan die van de anderen.

De leider van de tweede groep was Freek, de voormalige rechterhand van de baas van groep 1. Hij was voor zichzelf begonnen. Met het schuim op de lippen en veel consumptie verkondigde hij nu zelf het woord van de ware God.

‘Vooraanstaand’ en zeer gedreven bespeelde hij, tussen de teksten door, zijn gitaar. Naast hem stond, altijd en ‘onlosmakelijk’, zijn devote vrouw Suzan.

De groepen bestonden veelal uit van die sloebers. Het type dat zaterdag vroeg in de morgen op een gammele fiets, hoopvol naar het centrum reden.

Sjofel geklede mensen, die allang blij waren dat ze ergens bij mochten horen.

De leiders onderscheidde zich duidelijk door hun strakke kapsels en kleding.

Groep 1 was op een bepaald moment ineens van het straattoneel verdwenen, dus had groep 2 het (konink)rijk helemaal voor zichzelf. Op een dag was zij er ineens bij. Een opvallend mooi meisje op een onopvallende plek.

Schuchter maar uiterst geconcentreerd bespeelde zij slechts de triangel.

Ondanks die plek had ik haar niet over het mooie hoofdje gezien, maar ook voor onze prekende nep-Eric Clapton was ze niet onopgevallen gebleven.

Suzan was plotseling uit beeld en Mooihoofdje stond nu vooraan, naast de door haar aanbeden Freek, vol overgave met een tamboerijn te zwaaien.

Haar prachtige verschijning bleek een ware attractie, mensen kwamen in drommen van heinde en ver. Ze genoot, nimmer was het preken zo succesvol. 

Of dit verhaal precies zo in elkaar stak als hierboven beschreven weet ik niet zeker. Het is mijn visie. Waar of niet waar, ik zou het gewoon geloven…….   

Tekst: Mink Out.                 Binnenkort wellicht de bundel: www.conckshop.nl

1860 Hagepreek buiten Utrecht. Bastiaan de Poorter.

 

Daar heeft hij gelegen.      Minks wekelijkse column 27-9-2023

June 1885 Peasant Woman Seated. Vincent van Gogh.

De koperen trekbel van het herenhuis klonk vermoeid. In het schemerlicht sjokte ik over een sleetse traploper naar boven.

Een inboedel moest getaxeerd en als het even kon, gekocht.

Er hing hier een penetrante lucht. Alles hier was gedateerd.

Boven gekomen werd ik verwelkomt door een ietwat bedrukte vrouw.

Zo’n Van Gogh-achtige potige boerin van gevorderde leeftijd.

Dat boerinachtige was redelijk ingeschat. Ze sprak me in Zeeuws dialect aan.

“Mijn broer is hier overleden. De inboedel moet er zo snel mogelijk uit.

Ik verblijf hier 1 nacht in een hotel, dus als het morgen afgehandeld is zou dat fijn zijn”. Taxerend liep ik door het huis. Het was een bende, veel waardeloze rommel rijp voor het groot vuil. Dat iemand hier zo kon wonen.

Met mijn haviksogen zag ik door de dikke stoflaag nog wel wat waardevolle stukken, die wezen op relatieve rijkdom uit een ver verleden.

Na mijn ronde bleef ik op de overloop, boven aan de trap staan. Deze klus zou een hoop manuren gaan kosten. De vrouw moest bijbetalen, wilde ze het pand bezemschoon opgeleverd hebben. Tijdens deze uitleg steunde ik met mijn hand op de eikel van de baluster aan het eind van de balustrade.

Plots sperde ze haar ogen wijd open. Ze wees op de plek waar ik stond en sprak duidelijk aangeslagen: “Daar heeft hij gelegen”.

Mijn blik gleed, als een volgspot in het theater, traag van het starre gezicht af via haar lichaam, over de vloer naar mijn lompe werkschoenen.

Hier aangekomen bleek ik in een forse plas geronnen bloed te staan.

In paniek, gillend als een keukenmeid, weghollen leek me hier ongepast.

Na een keer geslikt te hebben verliet ik geforceerd kalm de bloederige plek, pakte haar arm en sprak: “U lijkt me een sterke vrouw, u kan het wel dragen”.

Haar broer scheen met zijn hoofd op de eikel van de baluster te zijn gesmakt. Hij had, in dit warme zomerweer, een week levenloos op deze plek gelegen.

Ik heb haar naar beneden begeleid, we trokken de deur dicht. Ik gaf haar mijn kaartje. Ze kon me de hele avond nog bellen als ze mijn aanbod aannam.

Nog geen uur later belde ze op, of ik het vandaag nog voor haar kon afronden, dan zou ze de trein naar Zeeland nog kunnen halen, ze wilde hier gewoon weg.

Ze kon opgelucht naar huis, ik heb haar nog naar het station gebracht.

Het ontruimen was een dag werk, maar ook wij gingen tevreden huiswaarts.

Tekst: Mink Out.        Binnenkort wellicht de nieuwe bundel: www.conckshop.nl

 

  

June 1885 Peasant Woman Seated. Vincent van Gogh.

 

Parkeerplek.                        Minks wekelijkse column 20-9-2023

Parkeerplek.                        Minks wekelijkse column 20-9-2023

Op vol volume klinkt de tune van een James Bond film als ik met Tutje (*1) aankom bij de inrit van een ondergrondse garage.

Hou mijn druppel op de voeler, een zwaar rolluik opent gestaag.

Vloeiend rij ik van de helling af naar binnen. Terwijl de TL’s ongelijk aanplonken, tonen mijn achteruitkijkspiegels het weer sluitend rolluik.

Bij elke draai aan het stuur klinkt een langgerekt gepiep van de banden op het glad glanzend beton in deze holle ruimte onder de bebouwing.

Even opletten welke plek de mijne is. Behendig steek ik Tut er achteruit in.

De James Bond muziek stopt. Het is plots doodstil. Ik draai mijn contact uit en blijf zitten. Kijk dommig om me heen en trommel wat met mijn vingers op het stuur. Na zo’n vijf minuten gaan de TL lampen uit. Ik doe het contact weer aan en rijd met gezwinde spoed weer naar buiten het daglicht tegemoet.

U zult wel denken: waarom? Nou, ik zal het nog gekker vertellen. Ik heb dit in- en uitrijritueel zeker zes keer herhaald en wel achter elkaar door ook nog.

Kon er gewoon geen genoeg van krijgen, mijn eigenste overdekte parkeerplek.

Dat sjieke met die elektronische sleutel (druppel), dat automatisch rolluik, die aan- en uitfloepende TL verlichting. Heerlijk na al jaren van parkeermisère.

Voor hen die dat niet weten, ik woon in hartje Den Haag. Dat is die omgeving, welke men met alle geweld autoluw en fietsersvriendelijk wil maken.

Nou vind ik de meeste fietsers helemaal niet vriendelijk, maar dit terzijde.

En over dat autoluw, steeds meer parkeerplekken worden opgeofferd aan groen en fietspaden dus als ik ‘s-nachts thuiskom is parkeren vaak een crime.

Voor ingewijden; op de Noordwal en in de Torenstraat kan bijna geen auto meer staan, zodat de achterliggende straten overvol zijn als ik thuis kom.

Dat betekent dat betaalbare parkeergarages met een kaars te zoeken zijn.

Ik heb dus enorm veel mazzel met mijn plek in die James Bond garage.

Ook Tutje haalt opgelucht adem als de tijd rond oud en nieuw weer daar is.

Raamloos is zij een sitting duck voor achteloos geplante vuurwerkbommen.

Een gesmolten Tutje zal voor sommige jeugdigen uit de buurt wellicht eeuwige roem betekenen, maar het zou voor mij een eeuwige domper zijn.

Met die garage is ook dat risico flink geslonken. Nou ben ik al vijf jaar aan het lonken naar een nieuwe, prachtige motah. Hij is veel te duur en ik ga hem nooit kopen, maarrrrrr zijn parkeerplek kan maar alvast geregeld zijn dacht ik zo;-)

Tekst: Mink Out.        Wellicht binnenkort de nieuwe bundel  www.conckshop.nl

*1. Tutje, mijn klein elektrisch Autootje.

1927 Wintery Evening in Times Square. Charles Hoffbauer.

 

Dat was Toon.             Minks wekelijkse column 13-9-2023

Dat was Toon.             Minks wekelijkse column 13-9-2023

Toon van Sjaan (mijn toenmalige buren) was in de gang gevallen. Dit was een flinke stap op weg naar een eindstreep, waar Magere Hein leunend op zijn zeis als enige supporter op hem wachtte.

Een nare slopende ziekte. Er was in Toons geval geen hoop meer.

Het verpleegbed werd in de huiskamer voor het raam gezet. Dan kon hij nog wat zien. Ze hadden een tv zonder afstandsbediening, dus zette ik die van mij in een spontane actie op het gammele kastje met Swarovski beeldjes neer.

Zo kon hij nog even door zijn binnenkort verdwijnende wereld heen zappen.

Zijn leven kabbelde nog een paar dagen voort, totdat ik ‘s-nachts thuiskwam. Sjaan wachtte me bij de deur op met de woorden: “Tis gedaan Mink”.

Ik nam het kleine vrouwtje troostend in mijn armen, ze huilde zacht.

Bij mijn binnenkomst zaten er wat familieleden, die ik nooit eerder zag, in de huiskamer aan een biertje, en of ik er ook een wilde, ze waren lekker koud.

Maar van Sjaan moest ik eerst naar Toon komen kijken, die er volgens haar mooi bij lag. Bij zijn leven was dat al niet zo, dus twijfelde ik daar sterk aan.

Ik wilde er onderuit door te zeggen dat ik hem liever herinnerde zoals hij was, maar ik moest en zou hem met alle geweld, dood, zien.

We liepen door het benauwde gangetje naar het achterkamertje. Sjaan drukte eerbiedig de deurklink naar beneden en opende zachtjes de deur.

Het deksel lag nog niet op de eikenhouten kist. Je kon Toon helemaal zien.  

Daar lag hij dan in zijn nette pak, compleet met stropdas, glanzende schoenen, manchetknopen, gouden horloge en wat ringen, mooier te zijn dan normaal.

De kist stond op een soort van tafel die bedekt was met een zwaar grijs kleed dat tot aan de grond reikte. Vanonder het kleed was een ongepast gerammel te horen hetgeen de piëteit voor de dode niet echt ten goede kwam.

“Wat is dat voor geluid Sjaan?”, “De koeling Mink”, “Kan die niet uit dan?”

“Dat mocht niet van die man”. “Nou, lekkere rustplaats dan”.

We gingen aan het bier. Er kwamen snackjes, een zoutje en een glaasje sigaretten. Op een bepaald moment werd er zelfs gelachen. Het ‘leven’ ging, ondanks de dode Toon in het achterkamertje, gewoon in rap tempo verder.

De begrafenis was zwaar. Sjaan en ik hebben het, onder een door mij meegebracht shoarmaatje of zo, nog vaak over hem gehad. Tis nooit meer gesleten dat gevoel van haar voor hem, maar hoe dan ook, dat was Toon.

   

Tekst: Mink Out.                          Binnenkort misschien de nieuwe bundel uit.


1874 Melancholie. Edgar Degas.

 

Zwanenmeer.                       Minks wekelijkse column 6-9-2023

Zwanenmeer.                       Minks wekelijkse column 6-9-2023

 

Nou, daar gingen we dan richting Amsterdam voor de zwanen.

Ja niet voor Schiphol met zijn KLM zwanen, neen verder nog.

Helemaal naar de cultuurtempel in het hart van Amsterdam.

Carré maar liefst, dat ligt aan de Amstel, net als die woonboot.

Nog nooit geweest, wel veel van gehoord. Toon, Freek en Yoep kregen hem vol.

Als je voor een vol Carré optreedt, tel je in ons kikkerland pas echt mee.

Met mijn reis door het land der podiumkunsten, toets ik al zo’n anderhalf jaar wat ik mooi vind. Niet van TV of zo, maar gewoon in het echt. Na een aantal concerten en een opera was nu het klassiek ballet aan de beurt.

In goed gezelschap, Henna en Martine, toog ik het Jugendstil gebouw binnen.

Prachtig, een arena in een soort van circusopstelling met piste én podium.

Vanaf onze riante plek werd mijn hoogtevrees danig op de proef gesteld.

Zoals iedere Hagenees ga ik vaak voor gaas voor de overtreffende trap.

Dus dit ballet ‘Het grootste zwanenmeer ter wereld’ was geknipt. Zo’n slordige 48 zwanen, de prima ballerina niet meegeteld, trippelden in het rond.

Overigens ‘slordig’ kon je het met goed fatsoen niet noemen. Op een enkel menselijk foutje na was deze toom zwanen uiterst gedisciplineerd.

Wellicht had dat over-ordelijke iets te maken met de Chinese afkomst van dit gezelschap, maar dat komt bij deze tak van sport wel heel goed van pas.

Het verhaal in het kort: Prins Siegfried wordt verliefd op de zwaan in mensengedaante Odette. Na te zijn betoverd trouwde hij met Odile, de dochter van de boze tovenaar. Te laat komt hij erachter dat hij Odette verraden heeft en keert terug naar het Zwanenmeer waar hij zich met haar verzoent. In deze uitvoering werpen zij zich samen in het meer en sterven verenigd in eeuwige liefde, weer ff wat anders dan ‘tot de dood ons scheidt’.

Het mooie stuk van de stervende zwaan zat er niet bij, hoort er ook niet bij, wat ik wel dacht. Op de valreep dan ‘gelukkig’ toch nog een stervende zwaan.

Was in het begin bang dat ik er na een kwartier genoeg van zou hebben, maar niets van dat. De gratie, al dat wit, die harmonie en dan de prachtige, herkenbare muziek van Tsjaikovski. Het was een groot feest, ik heb genoten.

Bij gebrek aan inspiratie voor een uitsmijter van deze column vond ik dit van

Bertus Aafjes: “De ware tijdwinst is kijken naar een zwaan”. Ik zag er 49 ;-).

Wil jij ook tijdwinst? Er waren nog wat kaarten, ik zou het gewoon doen.

Tekst: Mink Out.                 Binnenkort de nieuwe bundel. www.conckshop.nl

1879-81 The Star. Edgar Degas.

 

Geen partij.                         Minks wekelijkse column 30-8-2023

Geen partij.                         Minks wekelijkse column 30-8-2023

Liggend op mijn loungebank bij mijn favo strandpaviljoen was het toch ff zomer. Boekie, plonsje, happie, mij kon niets gebeuren.

Voor me een stel dat snel hun 35-jarig huwelijk of zo zou vieren.

Niet dat ik een uitnodiging op zak had, maar het grauwen en snauwen over en weer deed mij een lang en slepend samenzijn herkennen.

Tussen het bekvechten door was er nog wel tijd genoeg om ruimschoots drank en spijzen naar binnen te werken. Het bewijs van dit mateloos consumeren uitte zich in de voluptueuze lichaamsvormen van deze (v)echtgenoten.

Een paar kokette hakjes, die een prachtig “kind” op handen droegen, kwamen aangetikt. Ze maakte aanstalten zich in ons gezichtsveld te settelen.

Van achter mijn zonnebril over de rand van mijn e-book zag ik een uiterst geraffineerde striptease. De mannelijke bekvechter ging er ongegeneerd voor liggen en keek haar de kleren sneller van het lijf dan Hooghakje ze uittrok.

Haar bikini bevestigde aan alle kanten de stelling: “Less is more”.

Het strakke vetertje dat tussen haar billen verdween gaf zat ruimte om mannenfantasieën op hol te doen slaan. Met zinnelijke bewegingen spreidde ze haar handdoekje uitgebreid over de loungebank en vleide zich genotziek neer.

Nadat hij elke beweging van Hooghakje nauwlettend had gevolgd vond de vrouwelijke bekvechter het tijd voor een tegenzet. In een wanhopige poging haar vrouwzijn te laten gelden, ging ze tussen hem en Hooghakje instaan en probeerde hem het hof te maken. Hij negeerde haar en verrekte zijn nek om, om haar heen, de peepshow te kunnen blijven volgen. Ze was geen partij.

Ze draaide zich subiet om en liep richting Hooghakje. O nee, ze zou het “kind” toch niet aanvallen. Dat gelukkig niet, ze ging op de loungebank links van Hooghakje liggen, een olijfboom tussen hen in. Ze nam dezelfde pose aan en zwaaide hem toe als Stan Laurel, met van die losse vingers. Het deed hem niets, hij bleef Hooghakje obsessief uit haar zwemstring kijken.

Een flinke blonde jongen met van die ballonarmen betrad het strijdtoneel.

Hooghakje trippelde op hem af en klom spontaan in deze boomgrote Adonis.

Bezitterig omvatte zijn grote handen haar lokkende, ontblote billen.

Ook zij vingen aan met bekvechten, maar dan even wat meer genotsvol.

De vrouwonvriendelijke hork draaide zich weg en zocht bevrediging in nog een snaaiplank en een grote bier. De gein was er af, hij was geen partij.

Tekst: Mink Out.                          Bundel verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

1915 Nude in Dappled Sunlight. Frederick Carl Frieseke.

 

Arebeie.                   Minks wekelijkse column 23-8-2023

Arebeie.                   Minks wekelijkse column 23-8-2023

 

Naast de schutting stond aan weerszijden een leeg bierkratje. Deze, door buurvrouw Sjaan nuffig “Berlijnse muur” genoemde, betonnen erfafscheiding moest mijn opdringerige buur stuiten. Eigenlijk behoede de schutting ons van een soort koude oorlog. Ik werd gek van haar deurenplatloperij in die pre-Berlijnse-muur-periode.

Met de nieuwe voordeur-aanbel-methode werd onze band hechter en hechter.

Mag nu achteraf wel stellen dat ik met weinigen zo’n goede band heb gehad.    

Op een goede zomerdag hoorde ik een vreemd gezucht en stak, staand op mijn bierkratje, het hoofd boven de Berlijnse muur uit om poolshoogte te nemen. Daar zat Sjaan met haar knokige knietjes op een handdoekje in de tuin de aarde om te wroeten. Heur lang loshangend haar bedekte de flanken van haar gezicht. Het leek er op dat ze aan het planten was geslagen. Dat was niets voor haar. Ze had zeker geen groene vingers, eerder gele vingers van het onafgebroken roken waar ze tevergeefs iedere dag opnieuw mee stopte.

“Ben je aan het doen Sjaan?” “Arebeieplantje Mink. Komen heerlijke zoete grote arebeie aan, zei die groenteboer op de Mart waar ik ze heb gekocht”.

“Nah, das dan lekkert, zal ik vast broodjes halen en yoghurt?” “Nee joh lijp, das pas volgend jaar of over twee jaar, dat hep ze tijd nodagh. Bakkie koffie gozahtjuh?” “Kom dran Sjaan”.

Diep in de nacht opende ik zachtjes het Berlijnse muur-hek. Ik moest hem ietwat oplichten om het knarsen tegen te gaan, maar traag en met ingehouden adem lukte het zowaar. Met een kolossale bak aardbeien liep ik op mijn tenen tot aan het jonge, wortelschietende, vruchtloze bibberplantje. Behoedzaam strooide ik er een berg rooie rakkers omheen. Slechts een drietal blaadjes piekten er bovenuit. Als een dief in de nacht sloop ik bij het, in valse trots zwelgende, plantje weg. In bed lag ik me, met bonzend hart, nog lange tijd te verkneukelen.

Zonnebadend op de stretcher wachtte ik in spanning af op wat komen zou.

Haar keukendeur ging open, zij op haar kratje, ‘hoof’ boven de muur uit: “Mogguh, jij bent vroeg?” “Ja slecht geslapen, probeer het zo nog ff”.

Ze trok zich terug. Ik spitste mijn oren en hoorde haar scharrelen.

“Krijg nou de tering!” Heel even bleef het stil, ‘hoof’ weer boven de schutting: “Jij lamlul?”. “Wat”. “Ja die arebeie”. “Wellekuh arebije?”  “Ja die berg”.

“Wellekuh berg? Ok, ik haal wel brood en yoghurt”. Mooie tijd met Sjaan.

Tekst: Mink Out.                 Binnenkort Minks 2e bundel: www.conckshop.nl

1875-77 The gardeners. Gustave Caillebotte.