Strop. Minks wekelijkse column 3-9-2014
De man in driedelig grijs neemt achter in de zaak aan het einde van de bar plaats.
Zeker vaste klant; Tafelkleedje, viltje, glaasje met pootje. Zonder wat te vragen schenkt de ober, met een vals-vriendelijk, licht klokkend geluid behendig de jenever in het glas.
De geroutineerde barman trekt zich niets aan van het gegraveerde maatstreepje. Hij houdt de fles ondersteboven tot een wellend kopje onzeker op de rand van het glas balanceert.
Zijn gefixeerde blik op dit tafereeltje en het op en neer gaan van zijn adamsappel, legt een ziekelijke hunkering naar dit graandistillaat bloot. Dat het hier niet om een recreatieve drinker gaat, is ‘klip en klaar’.
Dan ontdoet hij zich, met hevig trillende handen, van zijn stropdas, om deze vervolgens achterlangs om zijn nek te slaan. Hij wikkelt de smalle kant om zijn rechter, en de brede kant om zijn linker hand. Het overvolle borrelglas neemt hij klemvast tussen twee vrij gehouden vingers en trekt de stropdas strak. Met een soort hijskraan-beweging brengt hij de borrel, zonder een druppel te morsen, naar zijn smachtend getuite lippen waartussen hij hem in één keer naar binnen kiepert.
Een hilarische oplossing voor een tragisch, mensonterend verslavings ongemak.
Dit opmerkelijk ritueel wordt zo’n drie keer herhaald, een kalmerende, warme gloed neemt gestaag bezit van zijn lichaam, de trillende handen vinden rust.
De stropdas wordt weer voor zijn oorspronkelijk doel ‘gestrikt’, en de kreukels met de hand weg gestreken. Drie delig grijs rekent af, pakt een pepermuntje uit het schaaltje met bloemetjesmotief, en loopt de zaak uit.
Niemand, in dit oude café, lijkt verbaast. De matte blik in hun verlopen, lusteloze hanghoofden verraadt een eigen, ‘belangrijker’ probleem.
Schijnbaar gewent aan mensen die hun strop steeds verder aantrekken.
Tekstverantwoording: Mink Out.
Oude liefde roest niet. Minks wekelijkse column 25-8-2014
Oude liefde roest niet. Minks wekelijkse column 25-8-2014
Net als 30 jaar geleden in Valencia, komt ze nu hier, in Parijs, het station Gare l’Est (station oost), uitlopen.
Ze zwaait uit de verte, bij het naderen valt op dat ze, na zo’n tijd, haar jeugdigheid geenszins verloren heeft.
Nog steeds die geheimzinnige ietwat Mona Lisa-achtige glimlach. Hij beseft dat dit een enorme aantrekkingskracht op hem had en heeft.
Meteen stopt ze een cassette bandje in zijn handen: “It was mine for thirty years, now it’s yours again”. Romantische nummers; dertig jaar geleden voor haar opgenomen met een, door hem, ingesproken boodschap toen hij twintig was. Daarna verloren ze elkaar 30 jaar uit het oog.
Soepel stapt ze bij hem achter op de motor en lossen ze op in het verkeer van de Franse hoofdstad. Het doet denken aan die, zwart wit, sixties foto’s met zo’n stelletje dat op een scooter door Parijs of Rome rijdt. Zij waren ouder, maar dat voelde, op dit moment, zeker niet zo.
Niet om indruk op haar te maken, maar toch; stoer en onverschrokken laveert hij, behendig door dit bruisend metropool.
Anvers sur Oise, onder de rook van Parijs. Hier had de zonderlinge: “van Gogh” (hun beider interesse hebbend) voor zijn dood korte tijd geschilderd en geleefd.
Ze verlieten het oude kerkhof waar Vincent samen met zijn broer Theo begraven lag. Het ijzeren hek klaagt weemoedig en geeft hen met tegenzin toegang tot het welkome land der levenden.
Dan een verbluffend zicht op de uitgestrekte velden. Wuivende gewassen ruisen door de streling van een zacht briesje. Kwetterende vogels tonen dartel hun vliegkunst.
Betovert spreken ze geen woord, staren in roepende ogen, een vluchtige kus, opvlammende begeerte, ze moeten gaan.
Op tijd bij het station. Deze dag in een zucht voorbij. Veel te kort.
Na haar ‘bliksembezoek’ was het minder leuk, en haar aanwezigheid zo onecht, als in een droom.
Een droom? Zijn hand verdwijnt in de jaszak en…… het cassettebandje, met, van haar terug gekregen: “Oude liefde roest niet”.
Tekstverantwoording: Mink Out. Kopie aan de bar. Meer: www.conck.nl en zaalverhuur.
Wegwerkers. Minks wekelijkse column 19-8-2014
Wegwerkers. Minks wekelijkse column 19-8-2014
Mijn eerste vakantiedag in Parijs. Gooi de ramen van mijn vier hoog hotel kamer open en kijk over de daken. Het zonnetje schijnt; me gedag te zeggen. Ik inhaleer de lichte ochtend-smog diep, fantastisch.
Douchen; wat een massieve vakantie-waterkolom, beter dan dat miezerige werkweek-straaltje van thuis.
Loop het hotel uit; de gespierde, bezweette torso’s van de wegwerkers, glimmen in het zonlicht. Ik begroet ze op z’n Frans: “Bon jour”.
Nu croissantjes en koffie op een terrasje en dan het Marmottan Museum.
De schrik slaat me om het hart; straat afgezet geen auto meer te zien. En (slik) mijn nep Harley; weg. Van mijn Honda, is geen Shadow meer over.
Opgetakeld natuurlijk. zelfs het wegdek waar hij op stond; verdwenen, komt een nieuwe laag voor in de plaats. Wachten op nieuw asfalt en het, door de ‘wegwerkers’, terugzetten van mijn stalen ros, leek niet tot de mogelijkheden te behoren. Allerlei doem gedachtes flitsen door mijn hoofd; Hoe nu naar huis? Waar staat hij? Beschadigd? Hoeveel betalen?
Rustig blijven Mink, zie het als een avontuur, je spreekt geen woord Frans, je kent de weg niet en met een grote bek kom je bij deze mensen zéker nergens.
Bureau de Police, ja hoor; opgetakeld, dat was in ieder geval één onzekerheid minder. “Hij staat aan de rand van de stad” sprak een allervriendelijkste Franse politievrouw. Nou ja een uitstapje aan de beruchte Banlieues (van die rellen) kon deze ex Schilders-wijker ook niet doen ‘wijken’, hij had wel voor hetere (oud en nieuw) vuren gestaan.
Een briefje met het adres. De Metro; kaartje € 1,50 niet duur, en nog vermakelijk ook. Je zie alleen weinig van de omgeving, en er komt nog tijd zat om onder de grond te verblijven, zullen we maar zeggen.
Wel heb ik aan, zowat, alle Fransen gevraagd of ik goed ging, doodsbang om de verkeerde metro of straat in te gaan. Licht getint, blank, geel of zwart; allemaal even vriendelijk en behulpzaam. Enige nadeel voor mij, ze spreken verdomd goed en super snel Frans.
De ambtenaar wist zich niet goed raad met de uiterst vriendelijke Hollander aan zijn kogelvrij loket. Na betaling van € 47,50, en tonen van kentekenbewijs en paspoort, kon ik mijn treurend boevenkind meenemen.
De weg-werkers van Parijs, ik ben er niet weg van.
Tekstverantwoording: Mink Out.
Tel mij nu maar mee. Minks wekelijkse column 13-8-2014
Tel mij nu maar mee. Minks wekelijkse column 13-8-2014
Er zijn in Denhaag van die bezienswaardigheden waar ik trots op ben. De hele rits opnoemen is me teveel gedoe, maar u weet welke ik bedoel, toch. Panorama Mesdag, daar gaat het in deze column om. Deze attractie ken je als rasechte Hagenees natuurlijk op zeker, alleen……… Je bent er nog nooit binnen geweest, nee!
“Neen Willem (Mesdag), die torenspits moet kleiner!”, roept zijn vrouw Sientje (Mesdag-van Houten), hem toe, vanuit het midden van de cilindrische ruimte.
Veertien bij honderdtwintig meter er komt geen eind aan. Waar blijft onze Henk (Breitner), die zou vandaag toch die Cavalerie-groep afmaken.
Het is een hele klus, al 3 maanden bezig en nu komt er eindelijk een soort van éénheid. Net echt, die rookpluimpjes uit schoorstenen en het boemeltreintje maken het af.
“Is er nog koffie!” roept Théo(-phile de Bock) terwijl hij de lucht boven het hotel nog eens extra aanzet. Net op dat moment stapt Henk B binnen met een blad geurende koffie, ff overgenomen van het dienstmeisje, leuk ding.
“Die mensjes, bij de villa’s op de Gevers Deynootweg, doen we niet meer, geen tijd. Ja maar bij die panden daarnaast staan ze wel, uuhhh, daar was het op dat moment dan gewoon drukker, toch Theo”, gelach vult de ruimte.
1 augustus 1881, de dag van de opening, het enthousiasme over het panorama met zijn betoverend optisch bedrog is groot. Een vrouw in Scheveningse klederdracht wijst en roept: “Kik Pieje je stit de was op te hange joy”. Door de drukte moeten de mensen in ploegen naar binnen. In één van die ploegen staat een wat verlegen, rossige man van achter in de twintig, ook hij is verbluft, zijn naam; Vincent van Gogh. Schreef in een brief aan zijn broer Theo dat het Panorama Mesdag maar één gebrek had en dat was dat het geen gebrek had.
Vier jaar later ging het Panorama Mesdag failliet en kocht Willem het geheel zelf van de Belgische investeerders.
Na veel eigen geld en inzet bestaat het meesterwerk nog steeds, 200.000 bezoekers per jaar, en dat komt omdat ze mij, als rasechte Hagenees, nu óók mee kunnen tellen.
Tekstverantwoording: Mink Out. Meer: www.conck.nl en zaalverhuur.
Soms zit het mee. Minks wekelijkse column 5-8-2014
Soms zit het mee. Minks wekelijkse column 5-8-2014
De voorbereidingen van mijn motorvakantie geven me het opgewonden nachtjes-aftel-gevoel van vroeger, voorafgaand aan verjaardag of schoolreisje. Het begint al dik een maand er voor; nieuwe banden voor mijn nep Harley met vers, hoog profiel en oogverblindende, hagelwitte zijkanten. Later een krasvrij vizier voor de helm, inkorten van mijn motor spijkerbroek, ga niet nog een vakantie lang voor lul lopen.
Laatste dag, terras naar binnen, afsluiten. Denkbeeldig slaakt dit oude horecapand een zucht, rust, ook voor mij. Verplichtingen vallen weg, niemand meer die bediend moet worden. Voor een week of drie geen afspraken, kortom; de klok is weer mijn vriend. Het gevoel van vrijheid voelt vreemd aan, wel lekker maar toch.
Voor ik met de motor naar Parijs en een ander Frankrijk ga, moet er in de winkel nog heel wat gebeuren. Bierleidingen onder water, koelingen uit, nieuw mengpaneel installeren, boekhouding af maken, over datum gaande spullen in de vuilnisbak. Mijn moeder zegt altijd: “Een schip gaat zeilen”, Den Oude Neel heeft gelijk, maar een vakantie is voor mij geen vakantie als ik nog klusjes te goed heb, dus maak ik voor het zeilen toch nog even schoon schip. Als laatste de leidingen vanaf de biertank onder water zetten. Eerst de watertoevoer openen dan de vier kogelkraantjes haaks op de leidingen draaien zodat ze afgesloten zijn. Vervolgens de twee ringen naar achter trekken en de haakhandels zijwaarts knikken zodat…….
De schrik slaat me om het hart, met een fel blazend geluid spuit er een pijp 1 graad koud bierschuim om mijn oren. Of ik in een sneeuwstorm sta, ik zie geen hand voor ogen meer. In een wanhoopspoging val ik, gedesoriënteerd door deze brullende bier-blizzard, op mijn knieën in een centimeters hoge pilsplas en draai de afsluiter, duidelijk te laat, dicht.
De stilte ‘na’ de storm is een feit, in een roes loop ik de zomerwarmte van de tuin in. Een was ophangende buurvrouw lacht wanneer ze de vloekende kroegbaas vermomd als een bierschuim-sneeuwpop in de tuin ziet staan. “Zo, ongelukje Mink? Neen, ik had trek in een koud biertje” retourneer ik geforceerd humoristisch. Hoop werk om de boel schoon te krijgen, veel later dan geplant verlaat ik het café. Helaas een dagje korter op vakantie dan maar. Niets staat mijn rit naar vive la France nog in de weg. Ff vlug wat eten; iets hards in mijn mond, ja hoor een gebroken kies, nog een dag later weg. Weerkaart gekeken, het zeik regent in Frankrijk België en Nederland, soms zit het mee, en soms… pffftttt.
Tekstverantwoording: Mink Out. Kopie aan de bar. Meer: www.conck.nl en zaalverhuur.
Vakantie
Vanaf donderdag 28 augustus zijn wij weer geopend, welkom.
Meer of minder stoer. Minks wekelijkse column 30-7-2014.
Meer of minder stoer. Minks wekelijkse column 30-7-2014.
Tot waar het oog reikt, ‘plafonneert’ een Hollandse lucht de uitgestrekte weilanden. Een drijvende kudde schapenwolken schuift langzaam over groepen, grazende koeien. De rivier kronkelt als een slang, behaagziek door dit groene, vlakke land. Zilveren stralen van de kopere ploert laten deze stroom glinsteren als een geopende schatkist met dukaten. Ver weg, de torenspits van god mag weten welk oord en een enkele molen die de tand des tijds heeft doorstaan. Water kabbelt over de basaltstenen strekdam. Zittend op mijn helm, nip ik aan een mok koffie, de neuzen van mijn kistjes ‘kletsen nat’. Verdooft door deze verstommende stilte, snuif ik, met gesloten ogen, de naar water ruikende lucht binnen. Langgerekte loeien van een koe en schaterend snateren van een eend, doorspekken het ruisen der rietkragen.
Oer-Hollandser dan op dit moment, zal het voor mij nooit meer worden. Het enige dat nog mankeert is een verdwaalt Zeeuws meisje met van die onschuldige blosjeswangen. Zo één wiens geavanceerd, afweersysteem smelt als margarine in de zon, bij het zien van deze viriele in het groen gestoken, redder des vaderlands.
“Charly, Bravo, Oscar alles vrij, over?”. Geen schip te zien, dus retourneerde ik: “Hier Charly, Bravo, Oscar, alles vrij! Over en uit”. Onderdeel van een weken durende Navo oefening; de rivier oversteken met tanks. Huzaar van Boreel; Mink Out, is als vrijwilliger aangewezen om de rivier stroomopwaarts te observeren, ter voorkoming van een aanvaring tussen tank en tanker.
Na de oefening, met de voertuigen door Arnhem, naar onze legerplaats. E.e.a. had uitgemeten in de Arnhemmer Roeptoeter gestaan dus langs de route stonden mensen ons, met gejuich en geklap, als ware helden te verwelkomen. Zoals bijna iedere vechtjas, hadden ook wij ons uiterste best gedaan er zo macho mogelijk uit te zien. Met mijn zorgvuldig langs het hoofd gemodelleerde baret, donkere Ray-ban zonnebril en zwart lederen handschoenen wuifde deze (nep) held ‘in control’ terug. Ondanks of juist door dat: “Nep” genoot ik met volle teugen van mijn eigen Prins Bernhard moment. We hadden geen mensen gedood of andere bijzondere dingen gedaan, het was slechts spel, maar o wat voelde we ons stoer.
Vraagje: “Zouden die Israëliërs, separatisten, Hamas-sers, Isis-ers en al die andere aanverwante macho-ers zich nou meer of minder stoer voelen, als ze klaar zijn na al dat onschuldig bloed……………”
Tekstverantwoording: Mink Out. Meer: www.conck.nl en zaalverhuur.
Tijd en woorden te kort. Minks wekelijkse column 23-7-2014
Tijd en woorden te kort. Minks wekelijkse column 23-7-2014
Nou daar zit ik dan, met een stapel boterhammen en een glas karnemelk, achter mijn bureau het collumnpje te schrijven.
Zoals gewoonlijk, zou je denken, maar dat zit ff anders, deze nacht/ochtend, pas om half vijf begonnen met schrijven, aardig beneveld, aangestipt of gewoon dronken. Normaal begin ik met mijn schrijfsels om een uur of één in de nacht, dan heb ik tijd ‘zat’ en ben ik niet ‘zat’.
Deze keer is het anders. Ik had het niet moeten doen; een bakkie koffie bij Roep en Saar in het café, ff een uurtje.
Geen punt, zou je zeggen, totdat het gezellig werd. U kent dat wellicht; nou één biertje dan. “Neen, neen, echt niet, ik moet zo schrijven en dan gaat het mis…… Oké dan doe maar zo’n Vedetje dan (lekker biertje). Ik als horecavarken weet dat je die eerste niet moet nemen. “Niet nemen” is voor mij geen probleem, ik kan weken zonder. Stoppen, daar zit hem het venijn. De gezelligheid, doorspoeld met een paar sappies dat is um de killer. Nou één rondje van mij dan (je wil toch ook geen gierigaard zijn), en nog één, en weer een rondje terug van die andere niet-gierigaards. Pratend, schaterend, begrijpend, overtuigend, aanhorend en klokkend verdwijnen de uren nog sneller dan het bier uit mijn glas. Het regime der gemeenteambtenaren zorgt voor een onverbiddelijk “Neen” van de kroegbaas, niks te maren het is tijd, er uit. Nog even bij ons thuis dan, pffftttt, daar gaat Minks wekelijkse column van deze keer.
Sjokkend en giechelend de trap op, naar de etage boven de viswinkel: “Ssshhhh de buren”. Koelkastje met nog wat dorstlessers, een noodzakelijk kwaad in deze tropische tijden, poeh, poeh.
Stap de taxi uit, mijn huissleutel lijkt wel van rubber, terwijl ik met de tong en een kegel uit mijn mond op het slot mik slaat de torenklok drie. Dat valt mee, krijg dat verhaal er nog wel uit voor zes uur. Vergissing van de Haagse toren of van mij, het slingeruurwerk van mijn opa wijst onverbiddelijk vier uur aan, wat een ellende, die rot Roep.
Nou hier is tie dan, toch nog voor zes uur in de ochtend, Minks wekelijkse column, (de dronken editie) hoop dat jullie het wat vinden, ik ga naar bed, doei.
P.S. Over dat vliegtuig met die onfortuinlijke mensen, schrijf ik niks; alles is al zowat gezegd, en ik; ik heb er geen woorden voor.
Tekstverantwoording: Mink Out.
Ieder zijn vak. Minks wekelijkse column 16-7-2014
Ieder zijn vak. Minks wekelijkse column 16-7-2014
Het was volle maan dus de cafédeur was al om elf uur dicht. Uitbater “Tap” fungeerde zelf als vliegende portier. In zijn tent bleef het gezellig en er was geen plek voor klootzakken.
Tap, had ogen op steeltjes, hield alles goed in de gaten, zo ook deze avond. Buiten stopte een taxi met een hoop bombarie aan de binnenzijde. Er stapte drie mannen uit, die, zo te zien, al een café of tien bezocht hadden. Tap, vroeg de taxi te wachten; “Sorry jongens; jullie kunnen hier niet binnen, ga lekker een deurtje verder. Wie ben jij dan met je griebushoof, wij gaan gewoon naar binnuh”. “Jongens”, sprak de kroegbaas, terwijl hij ze strak in de ogen keek, “bederf mijn leven niet, ga weg, morgen als je wakker wordt ben je me dankbaar. As jij zo doorgaat wor jij nooit meer wakkah, teringbak”. Tap kookte van binnen maar had zich voor genomen dit klusje zonder handgemeen te regelen. Na veel overreding gaven de drie amigo’s het op en verdwenen lam de taxi weer in. “We komme turugh en dan ken je lagguh” schreeuwden ze hem nog toe .
Een half uurtje later kwam dezelfde taxi voorrijden, met één van de drie mannen er in, 2Tap liep naar buiten. “Ik kom speciaal terug om jou voor je bek te stompen” sprak de man met het taxiabonnement. Tap blufte hem af met: “Dan moet je ff wachten”, liep hem voorbij en gaf de taxichauffeur een tientje, met de opdracht: “Staan blijven”. “Wat zei jij nou?” Vroeg Tap terwijl hij weer op de man afliep. Ik heb met mijn kameraden afgesproken dat ik een biertje aan de bar ga drinken, zo niet; ram ik jou voor je bek. Je komt er echt niet in en mij op mijn bek rammen is ook niet zo zinvol. Weet je wat; ik haal binnen twee biertjes, die drinken we dan lekker samen op, daarna ga jij weg. Niet binnen geweest maar toch je biertje”. De man leek verward. “Ja uhh” In een tel was Tap terug, gaf de man het biertje, proostte en sloeg het kleintje in één teug achterover. “Ehhhhhh, lekker hé, sprak Tap. Jij bent een rare man sprak de terugkomer”. Nam een nip van het biertje, gaf het glas af en ging de taxi weer in. Tap sprak door het open raampje: “Ga lekker naar huis, het is mooi geweest. Neen lachte hij, ik ga die gasten vertellen dat ik toch me biertje gedronken heb, zeg maar tegen je baas dat ik vind dat hij een goeie portier heeft”. De taxi reed weg……….nooit meer terug gezien.
Een post traumatisch stress syndroom heeft Tap ook hier niet aan over gehouden, geen tijd voor, ieder zijn vak, zullen we maar zeggen.
Tekstverantwoording: Mink Out.
Een zegen voor de mensheid. Minks wekelijkse column 2-7-2014
Een zegen voor de mensheid. Minks wekelijkse column 2-7-2014
Sint Hubertus, hierna Huub te noemen was voordat hij sint werd nogal een levensgenieter. Huub, zoon van een hertog, ging in 783 jagen op goede vrijdag. Geen gelovige die hier blij mee was, maar daar trok Huub zich weinig van aan. Klaar voor de kill van een prachtige 18 ender verschijnt een lichtend kruis als teken van afkeuring, tussen het gewei van de, ten dode opgeschreven, burlende geile bok. Huub zag de ernst van de zaak in en begreep dat dit een boodschap was van een grotere macht dan die van papa.
Ok, Huub komt tot inkeer, geeft zijn rijkdom aan de armen, schopt het notabene tot bisschop en promoveert zelfs na zijn dood tot beschermheilige van de Jacht. Een zegen voor de mensheid.
1920, een meute jachthonden staat hevig blaffend voor het kapitale, net afgebouwde jachtslot Sint Hubertus op de Hoge Veluwe. Met glanzend gepoetste laarzen en een onberispelijk jagerstenue komt de heer Anton Kröller naar buiten, pakt de door zijn stalknecht aangereikte teugels, en neemt spoorslags de leiding van deze jachtpartij op zich.
Boven in de met lift bereikbare torenkamer (voor de butler is er de trap) ziet Helene Kruller-Muller, onder het genot van een (koud) kopje thee, het jachttafereel, met haar man voorop, als een levend schilderij aan zich voorbij trekken, ze hebben het goed.
Terwijl mensen voor, en in, de eerste wereldoorlog een hel op aarde beleefde, verdiende Helene en Anton een fortuin. Ja uhhh, iemand moest het vuile werk opknappen.
Maar toch schonken zij, Nederland, een kunstcollectie waar U, U tegen zegt. Een gewetens goed makertje? Met als lichtend voorbeeld boven genoemde Sint Huub? Niet helemaal, het geld was nagenoeg op en Anton moest als directeur aftreden. De staat sprong bij met harde florijnen waardoor de kunstcollectie (gelukkig) intact bleef, compleet met een nieuw te bouwen museum. Ook werd door het rijk geregeld dat Krüller en Müller tot hun dood in het jachtslot mochten blijven. Wat men toen betitelde als vriendjespolitiek, bleek achteraf geen slechte zet.
Landgoed, museum en het door Berlage en van der Velde ontworpen Jachthuis blijken achteraf een ware goudmijn. Toch aardig; Helene en Anton, een (culturele) zegen voor de mensheid. www.kmm.nl
Tekstverantwoording: Mink Out. Kopie aan de bar. Meer: www.conck.nl en zaalverhuur.