Brommen. Minks wekelijkse column 24-6-2026
Brommen. Minks wekelijkse column 24-6-2026
We gingen naar de gevangenis, aan de Haagse Pompstationsweg. Om de welbekende monopolyzin te gebruiken ‘slechts op bezoek’.
We reden in de Amerikaan van Zwarte Sjaak, een neus als een voetbalveld, die auto dan hé. Als die wagen de bocht aansneed draaide het voetbalveld met zijn rechtopstaand embleem majestueus mee.
We zouden Rooie Ruud bezoeken, een traag reizende ster aan het firmament der Haagsche onderwereld. Hij zat, zoals de meesten, helaas onschuldig vast.
Zwarte Sjaak en ik hadden wel een vermoeden, maar onze mening hielden we hier, in het hol van de leeuw, logischerwijs ook achter slot en grendel.
“Vuile teringlijers”, sprak Rooie Ruud toen we na veel sleutelgerinkel en net zoveel sloten ge-krik-krak eindelijk bij zijn tafel aangeschoven waren.
“Sta ik op de Vaillantlaan voor een stoplicht te wachten klapt er ineens een idioot van achter op me, die gozer en dat wijf bleven als 2 ‘dooielingen’ zitten.
Ik stap vertieft uit de wagen, loop naar ze toe en wordt van achter door een paar gasten vastgepakt. Voor ik het goed en wel doorhad zat ik in de boeien met een zak over m’n hoofd in een arrestantenbusje richting politiebureau”. “Het ging allemaal vliegensvlug. Wel sluw gedaan hoor”, sprak hij met een niet te verhullen respect voor de geoliede actie. “Vieze bloedhonden zijn het”.
“Ja, met een sterretje (vuurgevaarlijk) achter je naam nemen ze geen risico Ruud, zeker niet met jouw gezicht als een ouwe puntenboxer”, grapte Sjaak.
Aan de tafel naast ons zat Mooie Joop voorzichtig met een vrouw te tongen. Met haar accentuerende kleding en make-up veinsde zij een jonge vrouw die bijna op zeker het oudste beroep ter wereld uitoefende. Haar bezoek aan Mooie Joop nam de laatste twijfel aan haar dubieuze broodwinning weg.
De bewaarders keken niet zo nauw, maar toen zij onder het tafelblad de handelingen van haar nobel beroep leek te praktiseren grepen ze toch in.
Nadat we een dubbel gevuld pakje shag verwisseld hadden met het lege van Rooie Ruud was het tijd om te gaan. We stortten bij de administratie nog wat geld op zijn boekje en lieten deze mistroostige omgeving voor wat het was.
Na het bezoek deden we aan de rand van het bos een koffiehuisje aan. We zaten op het terras, de zon piekte zo nu en dan tussen het bladerdak door.
De zachte zomerwind verkoelde. Na het bajesbezoek aan Ruud voelden wij ons extra vrij. Wij zaten goed, we hadden geen reden of tijd om te brommen.
Tekst: Mink Out. Bundels verkrijgbaar op: www.conckshop.nl

1912 The Door into the Open. Egon Schiele.
